Ga naar de inhoud

De bezemplukker

Een pint bij de bezemplukker [1]

Hoe verklaar je het succes van een café zoals Robert en Sonia, alias Bij Hilda, of Bij Brem in Hoegaarden? Patron Robert Michiels ziet het zo: ,,Je treft hier vaste klanten, elke dag. Ge moogt hier uw gedacht zeggen. Er is veel discussie, dus veel ambiance, maar er wordt nooit gevochten en we houden ons uit de politiek.
En de prijs van een pint telt ook mee. Ik krijg hier wandel- en fietsclubs omdat die het overal elders te duur begonnen te vinden.”

Een uitstekende Hoegaarden tegen 1,20 euro, dat is de mondelinge reclame van Brem. „En ook dat de gendarmen hier komen”, vult Georges Sweerts aan. Georges is hoofddeken van de Vijf Geslachten van Hoegaarden, ridder in de Orde van de Moutstock, voorzitter van de Heemkundige Kring en hij is getrouwd met een van de dochters van de oude Brem.

Patron Robert Michiels dient op, moeder Hilda Alen tapt. Maar daar komt verandering in, om gezondheidsredenen. In oktober neemt de overbuurman de zaak over. Hij „erft” een oud sportcafé, gelegen tussen de opgedoekte brouwerij Loriers en de heropgestarte brouwerij De Kluis, die van Pierre Celis is geweest en nu van Inbev.

Georges Sweerts: „Het heette café Sporting maar iedereen zei Bij Brem. De overgrootvader van de actuele baas ging immers brem plukken om bezems te maken. Het waren Hagelanders die naar Hoegaarden afzakten. De stichter van het café was Lambert Michiels (Bare Brem), geboren in 1897. Hij was aannemer-steen-bakker. Hij bakte de karelen (vierkante stenen) op de bouwplaats, terwijl de bouwvakkers de kelder uitgroeven.”

Brems vrouw Frasie begon met aan de bezoekers, vaak gewezen personeelsleden, druppels te verkopen en nadien ook groenten. Daar kwamen een winkel en een café van, het latere café Brem.

De dag dat hun zaak openging, in 1934, viel de rijkswacht binnen. „Er was, voordien al, een klacht ingediend tegen hun niet-vergunde handeltje aan huis. Je ziet hoe weinig compassie de mensen hadden. Er is nooit een proces van gekomen. Integendeel, de gendarmes werden trouwe klanten. Ze stalden hun paard bij Brem en gingen een pint pakken in de brouwerij Loriers. Tot vandaag komt de politie langs, als ze op informatie uit is.”

Ooit noemde men het hier de kleine gendarmerie: „Ik herinner me Fille Trollin. Die kreeg op weg naar Meldert een proces omdat hij zonder licht fietste. Fille was razend. Hij keerde zijn fiets om en reed terstond naar Brem. Zijn gok bleek juist. Zijn belagers zaten er achter een pint. Hij verweet hen dat ze dronken tijdens de dienst en dreigde daar werk van te maken. De man heeft nadien nog vaak zonder licht mogen rijden.”

Voor de Tweede Wereldoorlog diende de Brem ook als „hotel” voor de vaklui van brouwerij Loriers. De familie ontruimde enkele van de zes kamers en sliep op de zolderverdieping. Beneden legden ze de gasten te slapen. „Dat waren vaak buitenlandse specialisten. Maar er passeerden ook Duitsers die vanuit Hoegaarden de frontstreek aan de IJzer herbezochten. De gasten kregen ook een middagmaal bij Brem. Ook in de naoorlogse jaren schoven de baas van de stokerij Hougardia en een ingenieur van Loriers bij aan. Ze aten wat de pot schafte, want een kaart was er niet.”

En dan kwamen de clubs. Georges Sweerts: „In 1941 werd voetbaiclub Sporting Hoegaarden opgericht, met clublokaal bij Brem. Miel Brem sjotte zelf. De foto die elke speler van de club kreeg bij zijn huwelijk hangt nu nog in het café, met een rouwlint om. Zoon Robert werd nadien voorzitter van de Sporting. Bij Brem vertrokken en kwamen de autobussen met supporters toe. Er was een veloclub, die ook op reis ging, een vogelpik, een golfbiljart. We biljartten met acht voor een pekelharing of voor het overschot uit de ijskar. Vandaag is het in het weekend erg druk door de duivensociëteit.”

Het decor is nauwelijks veranderd sedert de jaren dertig. De vliegenvangers zijn van het aloude model maar er kwam een luchtverversing bij. De winkel ging dicht en aan de rechterkant werd de paardenstal bij het café gevoegd. De tapkast is in 1989 vernieuwd. De houten banken zijn gebleven.

Wie met de stoof donst, verbrandt zijn lippen, zijn neus en zijn kin.

Berucht is ook de kolenkachel midden in de zaak. Nu is dat een laag model maar tot voor enkele jaren was het nog een duvelken, een zwarte buis die gloeiend heet gestookt werd. En dat, wonderbaarlijk maar waar, uitnodigde ten dans. Stamgast Mark, vandaag nog steeds aan de toog, getuigt: „Ik wilde dansen. Ik pakte de stoof vast en verbrandde mijn neus, lippen en kin.”

Straffe verhalen en lekker bier. Is dat de verklaring voor het succes van Brem? Georges Sweerts: „ Hou rekening met de kwaliteit. Onderschat het belang niet van een kelder. Bij Brem is die ondiep en vochtig, altijd proper en fris. De baas tapt een belegen Hoegaarden.”

Verschillende generaties

  • Lambert Michiels (Bare Brem) en Frasie
  • Hilda Alen
  • Robert Michiels en Sonja

Straffe verhalen en lekker bier. Is dat de verklaring voor het succes van Brem? Georges Sweerts: „ Hou rekening met de kwaliteit. Onderschat het belang niet van een kelder. Bij Brem is die ondiep en vochtig, altijd proper en fris. De baas tapt een belegen Hoegaarden.”

Bronnen en citaten[+]

Print Friendly, PDF & Email