Ga naar de inhoud

De Collegiale kerk van Hoegaarden

Een beetje geschiedenis

Het is nu bijna 225 jaar geleden dat de eerste steen werd gelegd van de huidige kerk van Hoegaarden. Met de bouw ervan werd begonnen in het voorjaar van 1754 onder pastoor Henricus Sweerts en Meier Antoon Collard. 

De nieuwe kerk, opgetrokken in de toenmalige Louis XV of Rococostijl, werd voltooid en ingewijd op 8 september 1759. 

In de torenmuur werd toen de monumentale gedenksteen aangebracht waarop in ‘t Latijn de volgende tekst werd gebeiteld :

“Van kasteel van Alpeide werd ik tempel Gods; de knagende tijd, ouderdom, noodlot hebben mij tot puin gebracht; edoch, onder het meierschap van Collard en het secretarisschap van Servatius Sweerts, heeft de rechter mij de tiende toegewezen waardoor ik thans gans nieuw herrijs. Henricus Sweerts, pastoor, legde de eerste steen”.

Zij werd gebouwd op de grondvesten van de voormalige collegiale romaanse kerk (Xe of XIe eeuw) die na jaren verval practisch volledig werd afgebroken.

Om dit te kunnen zeggen steunt men zich op volgende feiten :

  1. Archeologen hebben in de grafkelder van de huidige kerk, vooraan in het koor, de fundamentsmuren en de massieve fundering (2,50m vierkant) der oude pijlers teruggevonden.
  2. De vroegere klokketoren werd ingebouwd in de huidige toren maar langs binnen
    en buiten voorzien van een nieuw parement. Dit verklaart de uitzonderlijke dikte (2m) der torenmuren.

Een onderzoek (aan doorbraak naar zoldering der zijbeuken) heeft trouwens uitgewezen dat het oudromaans metselwerk betreft met zeer ruwe brokstenen, bijeengehouden door sterke mortel, vermengd met baksteengruis.

Hoegaarden mag fier zijn op haar prachtige kerk voor een groot deel opgetrokken uit witte Gobertanges teen. Deze stenen werden op maat gebeiteld en gekapt door steenkappers uit het waalse dorpje Gobertange, een 4 tal kilometer hier vandaan.

Op de torenspits prijkt een koperen windhaan gemaakt in het jaar 1769. In het verlengde van de vier hoeken van de monumentale toren vinden we de vier hoofdwindstreken.

Bij het betreden van de kerk vestigt men de aandacht van de bezoekers op het majestatische, de eenvormigheid in stijl van de kerk zelf, haar lijstwerk en haar meubilering. De predikstoel, het doksaal met orgelkast, de biechtstoelen, de communiebank, de portalen, misschien de altaren, werden speciaal in dezelfde stijl vervaardigd en aangepast voor de nieuwe kerk.

Voornaamste meubilering.

De Predikstoel

Zohaast men de kerk is binnengetreden, valt die monumentale predikstoel in ‘t oog. Het is een ongewoon feit dat een predikstoel van een dubbele trap is voorzien, zoals hier het geval is; nochtans, van estetisch standpunt beschouwd, paste zulks, was het practisch onmisbaar in het kader van de algehele ornamentatie. Onderaan staat de Goede Herder met zijn schaapjes afgebeeld; op de kuip worden de vier Evangelisten in reliëf uitgebeeld; het gedrapeerd baldakijn of klankbord wordt gedragen door twee zwierige engelenbeelden; als bekroning de twee Tafelen met X Geboden op een wolk gedragen en omgeven door tal van engeltjes.

De schrijnwerkerij van de preekstoel werd gemaakt door de Hoegaardier Jan Stockmans; het beeldhouwwerk door J.N. Dupaix (156) volgens de tekening van Fr. Van Campen.

Het Doksaal met orgelkast

Het Doksaal met orgelkast is eveneens een mooi kunstwerk, vooral dan het groepje musicerende engelen en als hoogste sluitstuk, Ste Cecilia aan het klavier.

Dezelfde J. Stockmans als schrijnwerker en J.N. Dupaix als beeldhouwer hebben er aan gewerkt.

Het orgel

Het orgel werd gemaakt door de Brusselse orgelbouwer Jean-Baptiste GOYNAUT. Hij behoorde tot de belangrijkste orgelbouwers uit de 2de helft van de 18e eeuw. Het orgel van Hoegaarden werd gebouwd tussen 1756 en 1759.

Van de orgelbouwer GOYNAUT is niet zoveel meer overgebleven, daarom is het wenselijk het weinige dat we van hem bezitten, voor het nageslacht te bewaren. De restauratie ervan werd door het gemeentebestuur goedgekeurd voor een bedrag van 6 miljoen frank.

De 4 biechtstoelen

De 4 biechtstoelen : Op te merken weer dat fijne beeldhouwwerk van de hand van Dupaix en de schrijnwerkerij van J. Stockmans. Op iedere biechtstoel staat een van de bekende zondaars uit de H. Schrift afgebeeld die met groot leedwezen in hun hart, tot de hemelse Vader zijn teruggekeerd :

  1. Maria Magdalena geknield aan de voeten van de Meester met bijgevoegde tekst: “Uw sonden worden U vergeven”.
  2. H. Petrus die zijn Meester verloochende, vóór de haan kraaide; als tekst: “Uytgegaen synde, hij heeft bitterlijck geweent”.
  3. De Verloren Zoon in de armen van zijn rijke vader, met de woorden: “Vader, ick heb gesondicht”.
  4. Koning David met de koningskroon aan zijn voeten en daaronder zijn eigen woorden: “Voor U alleen heb ick gesondicht”.
De Communiebank

De Communiebank die thans niet meer ingebruik is, is een fraai snijwerk in hout, met in ieder vak, een medaillon met een of ander voorafbeelding of zinnebeeld van het H. Sacrament: het Lam Gods, de Pelikaan, de Ark der Verbonds, de Tafel der Toonbroden. Volgens gevonden dorpsrekeningen is de Communiebank eveneens het werk van Dupaix en Stockmans.

De sierlijke deuren en portalen

De sierlijke deuren en portalen zijn ook van de hand van Jan Stockmans. Zekere Frans Van Campen heeft de schilderijen gemaakt; boven het portaal rechts heeft hij willen voorstellen de overreiking der sleutels door Christus aan Petrus; boven het links portaal de Genezing van de Lamme aan de tempelpoort, het eerste mirakel door Petrus verricht in de Naam van Jezus.

De altaren

De altaren: Behouden van de trap van het hoogaltaar door Stockmans gemaakt, hebben we geen rekeningen gevonden van de altaren. Het is niet onmogelijk dat ze reeds enkele jaren in de oude kerk voorhanden waren. Ze behoren tot de barokstijl.

Het Hoogaltaar

Het Hoogaltaar heeft als middenstuk een zeer schoon schilderdoek (157), voorstellend Christus aan het Kruis, met aan de voet van het Kruis, 0.L.Vrouw en tal van heilige jezuieten, o.a. op het voorplan, St. Ignatius en St. Franciscus Xaverius. Het doek werd geschilderd in 1759 door B. Beschey. Boven het schilderwerk, in de nis, het beeld van de Schepper met de wereldbol in de hand. Daarboven als bekroning de Driehoek met Oog, zinnebeeld van de goddelijke Drieéénheid.

Het Altaar van het H. Sacrament

Het Altaar van het H. Sacrament heeft als middenpaneel, een schilderwerk van een onbekende meester, voorstellend het Laatste Avondmaal. Het altaar zelf heeft de vorm van een graftombe, in witte marmer, met in medaillon de kop van een heilige pater. Heeft men St. Odwinus als Minderbroeder willen afbeelden ?

Het Altaar van 0.L, Vrouw

Het Altaar van 0.L, Vrouw heeft ook de vorm van een graftombe. Boven het altaar prijkt het 0.L. Vrouwebeeld waarover we reeds spraken.
De geschilderde Kruisweg evenals de beelden aan de kolonnen, zijn aangeschaft en geplaats door pastoor Redig op het einde van vorige eeuw.

Kunstschatten.

Een anonieme schrijver roemde in 1618, de kerk van Hoegaarden als een “allerschoonste en alleroudste” (formosissima et antiquissima). Deze woorden kunnen grootsprakerig klinken, maar toch was onze kerk veel meer dan een gewone dorpskerk.

Er is weinig overgebleven van de oude kerk;  van het gebouw absoluut niets;  maar dit weinige getuigt van haar vroegere voornaamheid. 

Zo hebben we vooreerst

De doopvont

de Doopvont: In onze nieuwe kerk kreeg de Doopvont geen beste plaats; ze staat nu geheel buiten zicht in een donkere ruimte onder de toren; in de voormalige kerk was de doopkapel in de noordelijke zijbeuk. Het is een merkwaardig en oud kunststuk zoals men er nog weinige aantreft, daterend van de XIIIe of XIVe eeuw. Ze is geheel uit blauwe arduins teen gehouwen. Op het voetstuk heeft de beeldhouwer 4 mythologische gedrochten, zinnebeelden van de overwonnen duivels, gebeiteld. De zware kuip wordt gedragen op een zware kolonne, geflankeerd door 4 fijnere kolonnetjes; aan de 4 hoeken der kuip, 4 fraai gesculpteerde koppen, wellicht de verpersoonlijking van de 4 Paradijsstromen of de 4 Windstreken waarvan sprake is in de liturgie van de wijding van het Doopwater.

Palmezel

Palmezel : Dit is een enig pronkstuk in ons land. Elders werden ook palmezels in de Palmprocessie meegedragen; deze echter zijn alle verloren gegaan. Het is een gotisch gepolychromeerd beeld van de Christus op een ezel gezeten. Op Palmzondag en op de dagen der twee uitvaarten van de Processie, wordt het beeld uit zijn bergplaats gehaald, opgesmukt en in processie rondgedragen. Het beeld datcert uit de XVIe of XVIIe e.

Het beeld van Christus wordt door de straten van Hoegaarden rondgedragen onder jubelzangen en palmgewuif van priesterkoor en menigte. De kinderen die te Jeruzalem zo luidruchtig hun Koning toejuichten zijn hier in Hoegaarden eveneens van de partij en wuiven met hun “palmaai” (een palmbos op stok geheven). Vanzelfsprekend zullen de Apostelen hun Meester op zijn zege tocht vergezellen. De gedragen Christus leidt met de ene hand de ezel waarop hij gezeten is; de andere houdt hij opgeheven. Men steekt er thans een palmbos in. Hij draagt ook zijn koningskroontje. 

De Apostelen zijn gekleed in wijde gekleurde mantels die tot de vloer reiken, en in ‘t middel door een singel zijn opgehouden. Elke apostel draagt zijn eigen “wapen”. Kan het anders of St. Pieter wordt bedacht met de grote sleutel ? St. Jan draagt een kelk en St. Andries zijn kruis; ‘n andere heeft de pelgrimsstok, nog andere een lans of zaag of winkelhaak enz… Op het hoofd dragen ze het heiligenkroontje, het “umbrakel”, zeer kundig door de haren opgehouden.

Tot de apostelengroep behoren ook de 4 discipelen, 4 ongehuwde mannen die het Christusbeeld zullen dragen, en dan de “mombaervaeder”, het kopstuk van de Broederschap.

Het triomfkruis

Triomfkruis: Dit groot kruis hangt tamelijk hoog aan ‘t gewelf bij de ingang van het koor. Volgens deskundigen zou dit gotisch triomfkruis, in eikenhout vervaardigd, dateren uit de XVe eeuw. 

Op de 4 uiteinden der kruisbalken heeft de kunstenaar de arend, de leeuw, de stier, en de mans, zinnebeelden der 4 evangelisten aangebracht. De Christus, met neigende kop, schijnt een blik te werpen vol mededogen op het volk door Hem verlost.

We vragen ons af, of dit kruisbeeld in de voormalige kerk geen deel uitmaakte van het Altaar van het H. Kruis dat zich bevond in het midden van de dwarsbeuk, vooraan het koor.

De Lutrijn

Een lutrijn of koorlessenaar zal men aantreffen in alle abdij- en kapittelkerken. 

Die van Hoegaarden kan men van dichtbij gaan bewonderen; het is een echt kunstwerk in massief koper door de Leuvense koperbewerker Jan Veldener in 1573 vervaardigd; zo staat op het voetstuk getekend evenals de naam van de schenker, Mathias Inghels, een rijke Hoegaardier. De lessenaar stelt de pelikaan voor die zijn borst openrijt om zijn jongen te voeden, zinnebeeld van Christus die met zijn eigen vlees en bloed zijn volgelingen voedt.

Het 0.L. Vrouwbeeld

Het 0.L. Vrouwbeeld met het kruisdragend Kindje Jezus is ook afkomstig van de oude kerk. Het is niet zo heel oud, vermoedelijk uit de XVIIe e. Het is een typisch barokbeeld met zwierige allures.

De Zilveren remonstrans

De Zilveren remonstrans: Dit zeer kostbaar en prachtig kunstwerk wordt gebruikt slechts bij gelegenheid van de grote feestdagen. Ze werd in 1576 door de rijke Hoegaardier Joachim van Bellogne, aan de kerk geschonken. Het blijkt dat ze werd bijgewerkt in 1688; zo staat te lezen op het voetstuk. In medaillon staat Sint Odwinus afgebeeld. De zeer groten ciborie die met Pasen wordt gebruikt, is in dezelfde stijl.

Het gestoelte

De gestoelte, afkomstig uit de in 1796 opgeheven abdij van Opheilissem, is een prachtig meubelstuk in barokstijl. Het is ouder dan de nieuwe kerk en dateert volgens de deskundigen van de XVIIe e. Het heeft echter nooit dienst gedaan voor de kanunniken van Hoegaarden want het werd pas aangekocht in 1818 toen het kapittel van Hoegaarden door het revolutionnair regiem reeds enkele jaren was ontbonden.
Men lette op de verscheidenheid eer ornementatie op de verschillende panelen en kolonnetjes.

Het St. Petrus- en St. Paulusbeeld

Het St. Petrus- en St. Paulusbeeld: Deze schone beelden, opgesteld weerszijde het hoogaltaar, zijn in hout gesneden en werden gemaakt enkele jaren vóór de heropbouw van de kerk, nl. in 1748 zoals op het voetstuk staat gegrift.
Deze beelden zouden eveneens een restauratiebeurt moeten krijgen. Hier en daar (kop van de haan – staart) begint het teken des tijds zich te laten voelen.

© Vzw Hoegaards Erfgoed  

Print Friendly, PDF & Email