Ga naar de inhoud

De fabrica van Houtem

Katharina van Alexandrie

Te Houtem St. Katharina onder Hoegaarden, staat op de hoogvlakte de schilderachtige kapel van Sint Katharina. Vermoedelijk werd deze bidplaats ten tijde van de kruistochten gesticht, door een plaatselijke heer. Wellicht werden toen relieken van de maagd en martelares Katharina van Alexandrie (+ 307), van uit het Oosten naar hier overgebracht.

De huidige kapel dateert uit het begin van de 16e eeuw en werd gebouwd op de plaats van de vroegere bidplaats. De relieke zouden tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog (1745 1748) zoek zijn geraakt. Doch rond 1769 schonken de Karmelieten van het klooster van Neten nieuwe relieken aan de kapel.

De geestelijke office geschiedde door de pastoor van Hoegaarden, die zich meestal door een “beneficiant” of door zijn onderpastoor liet vervangen voor het celebreren van de gewone missen. De “solemnele” missen droeg hij zelf op en liet zich bijstaan door de koster van Hoegaarden, om de mis te zingen. In 1902 werd de kapel bij uitzondering bediend door de Paters uit het klooster van Overlaar. Dat gebeurde ten tijde van het pastoorschap van Florentius Hougaerts, ziek te bed liggende.

De kapel had haar eigen en zelfstandig finantieel beheer, de “FABRICA” genoemd. Het lag in de handen van een kapelmeester, die jaarlijks opnieuw verkozen werd en die in de 18e eeuw doorgaans een vergoeding kreeg van 4 gulden voor zijn moeite.

De beheerders behoorden meestal tot de notabelen uit het gehucht en stonden in groot aanzien.

De kapelmeester was verantwoordelijk voor het behoorlijk onderhoud van de kapel en voor het bijhouden van de jaarlijkse rekeningen, zowel inkomsten als uitgaven. De kapel rekeningen werden afgesloten ten huize van de kapelmeester en goedgekeurd door de pastoor van Hoegaarden, in ‘t bijzijn van getuigen uit Houtem “daertoe te vorens geadverteert”.

Na afloop volgde gewoonlijk “een verteer oft tracktement”. In 1759 werd uitzonderlijk de rekening van de kapel afgesloten, in het huis van “de rendant” Servaes Sweerts, sekretaris van Hoegaarden, die dat jaar de kapelmeester verving. Waren daar aanwezig, Henricus Sweerts, pastoor van Hoegaarden en broeder van de rendant, Joannes Dumont en Goris Geerts, inwoners van Houtem als getuigen.

Om haar onderhoud te verzekeren beschikte de kapel over een vast inkomen, grotendeels bestaande uit grondeigendommen, legaten en schenkingen en het geld van jaargetijden.

In de jaren 1727-1728 kwamen in ‘t cijnsboek van de kapel niet minder dan 35 percelen labeurgrond voor, met een opbrengst van 23 gulden 4 stuivers ‘s jaars, wijl in 1663 het globaal inkomen 40 gulden bedroeg, bedrag dat in 1732 nog hetzelfde was.

De bekende kapelmeesters waren:

1549 Joannes Bocx,
1615 Joannes Salomons,
jaartallen onbekend Hendrik de Kinder en Joannes Geis, die echter hun rekeningen niet indienden en uit hun funktie werden ontheven door de pastoor van Hoegaarden
1663 Walterus de Wellen,
1692 Jacobus Dotremont,
1695 en 1696 Lambert Huybens,
1698 Franciscus Huybens,
1716 Lambert Huybens,
1719 Hubert Geerts,
1720 en 1721 Peeter Janssens,
1722 Anthoon Peeters,
1723 Joannes Bastin,
1724 Albert Vanden Bempd,
1725 Anthoon Geerts,
1727 en 1728 G. Jacobs, onderpastoor van Hoegaarden,
1729 Louis Finoels,
1730 Lambert Finoels,
1731 Lambert Huyens,
1732 Guilliam Loos,
1734 en 1735 Joannes Gregoir,
1736 Hendrick Homblé,
1737 Guilliam Loos, doch vervangen door Henricus Struys,
1738 Guilliam Frederickx,
1739 Peeter Van Herbergen,
1746 Geeraerts,
1741 en 1742 Anthoon Collaerts, maar vervangen door Joannes Janssens,
1743 Joannes Janssens,
1744 Joannes Bastin,
1745 Josephus Vanden Bempd,
1746 en
1747 Louis Finoels,
1749 en 1750 Bernard Collaert,
1753, 54, 55, ’57 en 1758
Joannes Bastin,
1759 en 1760 Jacobus Finoulst,
1761 en 1762 Joannes Finoulst,
1763 en 1764 Anthoon Loos,
1765 en 1766 Joannes Janssens,
1767 en 1768 van Montenaken,
1769 Joannes Bastin,
1770, ’71, en 1772 Guilliam Van Hulst,
1773 en 1774 Joannes Baptist Dumont, doch vervangen door Joannes Janssens die ook in 1775 en 1776 kapelmeester was,
1777 en 1778 Joannes Finoulst,
1779 en 1780 Ludovicus Finoulst, maar vervangen door Joannes Janssens,
1781 en 1782 Henricus Janssens,
1783 en 1784 Joannes Vander Molen, vervangen door Joannes Bapt. Dumont,
1785 en 1786 Joannes Vander Molen,
1787 en 1788 Jacobus Finoulst,
1789 Ludovicus Finoulst, 1791 en 1792 Henricus Janssens.

Opvallens is dat sommige kapelmeesters meermaals werden herkozen, hetgeen misschien op hun goed beheer wijst, wijl anderen snel verdwenen.

Ook enkele rectors van het beneficie dat ter begeving was van het Hoegaardse kapittel, zijn bekend.

Het waren in 1663 Vincent Renson, “studiosus te Tienen”, in 1685 een zekere Vandereyken uit Bevekom, doch te Leuven residerende en in 1741 de genaamde Liben. Zij droegen echter weinig zorg voor het beneficie, dat belast was met het opdragen van missen en de schuldenaars hiervan tot betaling moest aanzetten.

Sint Katharina werd gevierd op 25 november. Die dag stroomde het volk naar de kapel toe en stapte mee in de processie die na de kerkdienst uitging en langs de landelijke wegen liep. Zulks gebeurde ook bij de grote kermis van Houtem, op de: eerste zondag van mei, ter herinnering aan de kapelwijding. Op die dagen werd de hoogmis gezongen door de pastoor van Hoegaarden, wijl een paterminderbroeder uit Tienen kwam prediken. Na afloop moest de kapelmeester deze dienaars “trackteeren”.

De bijzonderste onderhoudswerken aan de kapel geschiedden in de tweede helft der 18e eeuw. In 1751 werd het plafond in regence-stijl gerestaureerd. In 1761 kreeg de kapel een nieuwe vloerbekleding. Steenmetser Jean Pierre haalde te Namen bij J. Jacquet 900 plaveien af en legde de vloer.

In 1764 werd de oude klok hergoten door Peeter Peeters laatste klokkengieter uit Tienen. De klok werd door vier werklieden in het torentje gehangen en zij kregen hiervoor een “plaquet brandewijn”.
Het gebeurde onder het waakzaam oog van kapelmeester Anthoon Loos. In het opschrift van de klok staan de namen vermeld van haar peter en meter, Joannes Janssens en Margarita Van Osmael. In 1765 en 1766 werd de huidige sacristie heropgebouwd door meester-metser Hendrik Marchal. Godgaff van Molle leverde de stenen en schrijnwerker Jan Homblé maakte de deur. Deze laatste werkte ook aan de communiebank, die van 1676 dateert.
De processietronen in Louis XVI stijl werden vervaardigd in 1785 en 1786 door beeldhouwer Gilis.

De kapel van Houtem werd op 6 juli 1957 bij KB geklasseerd en is een bezoek overwaard, evenals haar schilderachtige ligging, naast het oude pachthof Dumont. Het “interieur” van de kapel valt bijzonder op door:
de drie altaren in Vlaamse Renaissance stijl en gemaakt uit gemarmerd hout, met een prachtig retabel in het hoofdaltaar. Het zijaltaar links is gewijd aan 0.L. Vrouw met in ‘t midden een schoon Mariabeeld (midden 17e eeuw), en beheerst door een bisschopsbeeld (midden 16e eeuw)

Afbeelding: St.-Barbarabeeld (hout, middca 16° eeuw). In haar rechterhand heeft zij het gewijde boek. In de toren: een laatgotisch venster

Afbeelding: St-Katharinabeeld (hout, midden 16 eeuw). Caderaan staat de keizer afgebeeld die haar dood ter veroordeelde alsook het gebroken folterrad dat door een engel vernield werd.

Afbeelding:  St.-Anna-ten-Drieën. (hout, begin 16 eeuw). In de linkerhand op het gewijde boek, houdt de H. Anna een druiventros waarvan zij een twijgje aan het Goddelijk Kind, aanbiedt.

Het rechter zijaltaar, gewijd aan Sint Katharina, bezit een wonderschone schilderij van rond 1780, de heilige Rochus voorstellend met op de achtergrond een landschap en natuurschoon, met burcht, toren en windmolen.

In ‘t midden staat St. Katharina (midden 16e eeuw) met groot zwaard en folterrad (St. Katharinawiel). Boven het altaar staat een groep die St. Anna ten Drieeën (16e eeuw) weergeeft.

Aan de rechterzijde ook nog een “Rust van Christus op Calvarie (begin 16e eeuw) Af te keuren valt echter een nieuw ambo (verhoogd podium), zonder de minste kunstwaarde en dat door zijn onevenredige breedte, betreurenswaardig aandoet en het algemeen zicht op het koor schaadt.

Verder heeft men ook een schilderij op doek (begin 18e eeuw) met de marteling van St. Gorgonius, patroon van Hoegaarden, drie houten beelden in het fronton, de heilige Margareta van Antiochie, Sint Eligius en Sint Hieronijmus, een laat gotisch houten kruis (begin 16e eeuw) en houten beelden van 0.L. Vrouw (begin 16e eeuw), St. Barbara (midden 16e eeuw) en St. Rochus (half 17e eeuw).

En boven dit alles in top van het klokkentorentje, prijkt het smeedijzeren kruis met de fiere koperen haan, die volgens de legende harder zingt dan deze van Hoksem, omdat die een hen naast hem heeft en soms zijn zang vergeet.

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email