Ga naar de inhoud
De geschiedenis van de "RECUL te Hoegaarden

Achtereenvolgende plaatsbepalingen van het gebouw :  [1]

  • Rue du Ruisseau n° 5 (1860)
  • Beekstraat n° 7 (1870)
  • Stupkenstraat n° 9 (1880)
  • Stoopkensstraat n° 15 (1890)
  • Rue des Cruchons n° 18 (1900)
  • Stoopkensstraat n° 22 heden

De vraag

Meester Brouwer Pierre Celis, Grootmeester-Consultissimus in “Die Edele Orde vanden Moutstock” schafte zich onlangs het achteruit gebouwd dubbel huis met prachtige kelder en aanpalende grond aan, gelegen naast de Taverne Kouterhof van de Brouwerij “De Kluis” in de Stoopkensstraat te Hoegaarden. Aan de Navorsingscommissie van ‘t Nieuwhuys-museum viel de eer te beurt, om op aanvraag van Mr. Celis de geschiedenis van dit huis op te maken. Ziehier het resultaat van de opzoekingen.

Zwarte missen

Tijdens het Schrikbewind stond er een kleine hoeve behorend aan Pierre Van Hagendoren (1756) en Albertine Leemans (1761). Zij woonden er met hun vier kinderen Pierre (1785), Catherine (1786), Henri (1788) en Charles (1794). Hun dochtertje Anna (1791) schijnt voor 1796 overleden te zijn, wijl hun vier andere kinderen op het ogenblik van de volkstelling van 1796 nog niet waren geboren. Deze vier laatste kinderen waren: Louis (1797), Jan (1800), Marie Thérèse (1802) en Anne Marie (1807).
Bij hen woonden ook de 88-jarige vader van Albertine Leemans, de 32-jarige knecht François Hué en de 29-jarige meid Catherine Boots. Het is geweten dat tijdens de Franse revolutie, in de kelders van dit huis zwarte missen plaats grepen.

De petitie

Pierre Van Hagendoren was in 1813 gestorven en zijn vrouw in 1820. Alsdan werd hun nalatenschap onder hun kinderen verdeeld, waardoor het huis in handen zou zijn gekomen van hun zoon Henri, gehuwd met Therese Dumont uit Houtem.
Zij woonden er in elk geval in 1830, toen een petitie [2] werd opgesteld tegen Burgemeester De Zangré om deze door Jean Baptist Dumont (kleinkozijn van Therese Dumont) te doen vervangen. De petitie werd opgemaakt door Jean Bapt. Van Autgaerden, de jonge, en door 25 ingezetenen van Hoegaarden ondertekend ten huize van Henri Van Hagendoren, zoals blijkt uit de schriften van Dr. Jean Bapt. Van Nerum (neef van Therese Dumont [3], ook de handtekeningen van Henri en diens broeders Louis en Jan Van Hagendoren kwamen op de petitie voor, want zij waren Patriotten (waartoe J. Bt. Dumont behoorden) en hierdoor vaak overhoop lagen met hun kozijn Jacques Van Hagendoren, die een aanhanger was van De Zangré en bij de Orangisten. gerekend werd (Zie ALPAIDIS n° 80 van 1985).

De “Recul”

Rond 1833 schijnt het huis op zijn broeder Louis te zijn overgegaan, waar schijnlijk aan hem verkocht.
Deze was geboren op 3 mei 1797 en te Lummen op 31 januari 1827 in het huwelijk getreden met Marie Catherine Collart (1795 als dochter van Mathieu Joseph Collart en Marie Elisabeth Meugens en kleindochter van Meier Antoine Collart uit de Zwaluwhoeve te Hoegaarden (zie ALPAIDIS n° 86 van 1987).
Het gezin Van Hagendoren-Collart vestigde zich eerste te Lummen, waar hun vier kinderen ter wereld kwamen Rosalie (1827). Stephanie (1829). Joseph (1831) en Theodore (1833).

Doch ondertussen brouwde Louis Van Hagendoren te Hoegaarden op de Stoopkensstraat, in een gebouw gelegen op de grond van zijn broeder Henri en palend aan de straat, juist naast het Paenhuys Dumont (huidige Taverne Kouterhof) [4].
Rond 1833 schafte Louis zich het ouderlijk huis aan (percelen B317b woonhuis, B316a brouwerij, B318a hof) en liet het dubbelhuis herbouwen of minstens restaureren. Hij deed er ook bij deze gelegenheid de jaarsteen 1833 in aanbrengen.

Vanaf toen werd de woning “de Recul” genaamd, wellicht omdat het wat achteruit gelegen was, naam die vermoedelijk gegeven werd door zijn vrouw Catherine Collart die Walin was.
Dit vernamen wij eveneens uit de ragelaten geschriften van Dr. Jean Bapt. Van Nerum (“Au recul chez Louis Vanhaegendoren, 1846 comptes annuels”).
In de “Recul” werden hun drie andere kinderen geboren: Alfons (1835), Leonie (1839) en Adolf (1843).
Ruiten zijn brouwerij zou Louis Van Hagendoren ook nog een stokerij in huur hebben gehad, gelegen in dezelfde straat over de huidige kapel van het H. Hart. Louis Van Hagendoren stierf in 1852 en zijn vrouw in 1860 te Lummen. Tot aan hun huwelijk bleven de zonen Van Hagendoren op de “Recul” wonen en zetten samen de brouwerij en het pachthof verder, ingevolge een onderlinge regeling nopens het nalatenschap var hun ouders.

Het verweerschrift

In februari 1865 werd te Hoegaarden overgegaan tot de oprichting van een eerste suikerfabriek in de oude Fabriekstraat (nu Nermstraat).
De oprichters waren: Brouwer Joseph Libert Dumont (neef van oud Burgemeester Dumont en gebuur van de gebroeders Van Hagendoren), notaris Louis Alexander Putzeys (schoonbroeder van vorige) en Apollinaire Van Godt snoven uit Meldert.
Hevig protest rees echter op vanwege de Hoegaardse brouwers, onder het Dekenschap van Charles Van Nerum en waartoe ook de gebroeders Van Hagendoren behoorden, bij wie de eerste kiemen van het verzet waren gerezen.

Zij kwamen samen in het Nieuwhuys, om aan de hand van een verslag van de scheikundige Debruin, een verweerschrift op te stellen tegen de nieuwe suikerfabriek en waardoor ook een geburen ruzie was ontstaan tussen de gebroeders Van Hagendoren en Joseph Libert Dumont.

Alsdan zou Dumont de gebroeders Van Hagendoren voor “onnozele kleine boerkes” hebben uitgescholden, waarop deze zouden geantwoord hebben : “Die kleine boerkes zullen die grote boer wel klein krijgen” (mededeling door Mevrouw Van Hagendoren-Van Nerum).
De suikerfabrikanten weerlegden elk concurrentiegevaar, aan de hand van een scheikundig rapport van Franqui uit Brussel, zodat het geschil vrij snel tot een minzame regeling kwam, maar de ruzie tussen Van Hagendoren en Dumont bleef bestaan.

“Fonj meester op ‘t geleyg”

Het is niet geweten wanneer en hoe de gebroeders Van Hagendoren volledig uit de onverdeeldheid zijn getreden, doch dit schijnt gebeurd te zijn voor 1880 want toen stond het eigendom op naam van Fonj Van Hagendoren. Zijn oudste broeder Joseph was in 1865 in het huwelijk getreden met Clarisse Vandenplas uit Glabbeek en zijn andere broeder Theodore in 1873 met Julienne Maison, wijl de jongste broeder Adolf op de Recul bleef inwonen.

Fonj Van Hagendoren, die geboren was op 26 november 1835, trouwde rond 1878 met Catherine Uyttebroeck en werd vanaf toen heer en meester op “de Recul”, naam die nu stilaan zou verdwijnen om de plaats in te ruimen voor ” ‘t geleyg van Fonj Van Hagendoren”.
Daar werden zijn twee kinderen geboren: Virgiel (1878) en Alphonsine (1885). Fonj was brouwer en landbouwer en ook jeneverstoker. Tevens zetelde hij vanaf 1881 in de gemeenteraad onder de katholieke Burgemeester Leopold Lodewijckx en was ook lid van het weldadigheidsbureel. Hij had twee personeelsleden in dienst, Homblé Vincent (1856) als knecht en Colette Geneviève (1848) als meid.

Fons stierf op 15 mei 1886 en alsdan hertrouwde zijn weduwe op 17 december 1887 met haar schoonbroeder Adolf Van Hagendoren (jongste broer van Fonj). Zij bleven op ‘t geleyg wonen, waar Adolf samen met zijn broeder Theodore de zaak voortzette.

De bierspecialist

Rond die tijd verscheen op een mooie dag een zekere Gilles, bierspecialist uit Leuven, die het dorp van Hoegaarden in rep en roer zette. Hij schelde de Hoegaardse brouwers uit voor “onbekwame boerenbrouwers die rot bier maakten” en zou hun eens tonen hoe het “echte witte bier” moest gebrouwen worden.

Hij zette bij Ferdinand Van Hagendoren (kleinkozijn van de broeders Theodore. en Adolf Van Hagendoren) de ketels in gang en enkele dagen nadien werden de eerste tonnen reeds uitgevoerd. Doch inplaats van “Hoegaard” had hij zure “Peterman” gemaakt. In allerhaast werden de reeds uitgevoerde biertonnen teruggehaald. De familie Van Hagendoren (Ferdinand met zijn zonen en Theodore en Adolf) wierp de Leuvense bierspecialist met al zijn verstand buiten (medegedeeld door Gabrielle Van Nerum, schoondochter van Ferdinand Van Hagendoren).

Onenigheden

Het boterde echter niet tussen Virgiel (zoon van Fonj Van Hagendoren) en zijn oom en stiefvader Adolf Van Hagendoren.

In deze zaak koos Theodore partij voor zijn neef Virgiel, zodat er ook tussen de gebroeders Theodore en Adolf onenigheden ontstonden, die in ‘t begin van de huidige eeuw aanleiding gaven tot de stopzetting van het brouwen en stoken.

Virgiel vroeg het deel uit de nalatenschap van zijn vader en schafte zich ‘t groot pachthof en oud paenhuys Dumont (huidige brouwerij De Kluis) aan, waar hij zich als landbouwer vestigde. De zoon van het “klein boerke” had het eigendom van de “grote boer” ingepalmd. Virgiel bleef vrijgezel en nam Louis Moyaerts (1878) en Leonie Withof (1886) in dienst.

Zijn moeder Cath. Uyttebroeck overleed te Leuven op 10 september 1920 en zijn oom en stiefvader Adolf Van Hagendoren op 12 november 1920. Het ouderlijk dubbelhuis bleef enkele jaren onbewoond, terwijl het gebouw waar zich de brouwerij had bevonden, later zou afgebroken worden.

Nieuwe bestemming

In de twintiger jaren kreeg het gebouw andere bewoners. Het linkerdeel werd verkocht aan Georges Vanmol uit Oorbeek (1892 +1957) en zijn vrouw Melanie Beelen (1891). Op 4 juli 1968 verliet zij deze woonst en toen kwam het gezin Vanooy-Celis er zich vestigen. Het rechterdeel bleef eigendom van Virgiel en ging na diens dood in 1960 over op zijn aangenomen dochter Marie Van Hagendoren, getrouwd met Denis Adams, doch met levenstocht bewoond door Louise Coppers uit Kortenaken (1911 +1987) weduwe van Julien Vandewauwer.

Heden is het ganse gebouw aangekocht door Meester Brouwer Celis, die aan de oude “Recul” een nieuwe bestemming moest geven.

Bronnen en citaten[+]

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email