Ga naar de inhoud

De huidige pastorij

Laat ons terug keren naar het huis op de Molenweg [1] dat sedert 1771/1775 als onderkomen diende voor de Pastoor. Eerst was het Pastoor-Deken Henricus Sweerts, die er zich kwam vestigen, nadat het oud pastoraal huys bouwvallig was geworden. 

Na hem kwam zijn neef Deken Joannes Hubertus Sweerts er wonen, samen met zijn Onder-Pastoor Quaedpeerds en de knecht Henry Vandermolen. Zij maakten er de bange jaren van het Schrikbewind mee.

In 1805 overleed Deken Sweerts en toen werd het huis op de Molenweg verkocht aan Hubert Joseph Paillet de Crécourt uit Piétrebais in 1799 gehuwd met Marie Anne Sweerts (kleindochter van Hubertus Sweerts en nichtje van Deken Joannes Hubert Sweerts). Deze nieuwe eigenaar verhuurde het huis aan G.J. Vandenputte, Pastoor van Hoegaarden en opvolger van Deken Sweerts.

Rond die tijd was er in de gemeenteraad onder Burgemeester Jean Bapt. Van Autgaerden, de jonge (gehuwd met Francoise Van Nerum), sprake van de bouw van een nieuw gemeentehuis (want sinds 1795 bevond de Mairie zich in ‘t Nieuwhuys, eigendom van Jacobus Van Nerum, schoonvader van de Burgemeester) met een “annexe” die dienen zou als “Presbytére” [2].

Maar wegens gebrek aan centen en onder druk van de Geslachten werd het projekt tot later verschoven.

De Geslachten hadden als doel, de vergaderplaats van de gemeenteraad en de woonst van de Pastoor, zolang mogelijk uit prestige in de huizen van hun afstammelingen te houden. Bijgevolg bleef de nieuwe pastoor van Hoegaarden G.J. Vandenputte in het huis van Paillet wonen.

Na het vertrek van Pastoor Vandenputte in 1810 nam Pastoor Jacobus Sweerts, neef van Deken Sweerts uit de Revolutietijd, er zijn intrek. (zie verwantschapsstaat hierbij). Het geestelijk gezag lag stevig in handen der Geslachten en het was van uit het huis op de Molenweg dat dit gezag uitstraalde, want wat de Mombaarvader wenste voerden de Ceslachten uit.

In 1829 stierf Hubert Joseph Paillet. Zijn 49 jarige weduwe Marie Anne Sweerts, op wiens naam het eigendom stond, was de rechtstreekse nicht van Pastoor Jacobus Sweerts. Zij was de dochter van Brouwer Jean Henri Sweerts en Gertrude van Osmael uit Zetrud-Lumay en de kleindochter van Hubortus Sweerts, rekenplichtige uit Hoegaarden en de dorpsraad en van Barbe Van Osmael.

Zij hadden 11 kinderen; allen te Pietrebais op het domein Crécourt geboren:

  1. Louise geboren 1801. gehuwd met Casimir Gilsoul, wonende te Kemptinne
  2. Henri Joseph geboren 1802 gehuwd met Euphrasic Viré. Hij werd later in 1849 na de dood van De Zangré, Burgemeester van Hoegaarden.
  3. Josephe geboren 1806 gehuwd met Joseph Charles Constant Minot, wonende te Geldenaken.
  4. Marie geboren 1810 bleef ongehuwd.
  5. Jeanne Louise geboron 1810 huwde later in 1838 met Julien Constant Van Hamme en woonden op de hoeve van het College van Arras te La Bruyère, waar hij gemeenteraadslid en Schepen was.
  6. Hortense geboren 1812 bleef ongehuwd.
  7. Alphonse geboren 1813 bleef eveneens ongehuwd.
  8. Constance geboren 1814 huwde Francois de Cerf, wonende te Jandrain-Jandrenouille.
  9. Virginie geboren 1815 huwde later met Joseph Libert Dumont, stichter van de eerste suikerfabriek te Hoegaarden en voorouders van Jean Marie Lowet-Oury.
    Joseph Libert Dumont was rechtstreeks kozijn met Burgemeester Jean Bapt. Dumont uit het oud Kapittelhuys.
  10. Elise geboren 1816 gehuwd met Eugène Raeymakers, industrieel te Tienen en Provinciaal Raadslid.
  11. Josephe geboren 1818 gehuwd met onderwijzer Nizet uit Geldenaken.

De gemeenteraad was in 1831. onder Burgemeester Jean Bapt. Dumont- de jonge, uit het oud Kapittelhuys, aan de bouw van een nieuw (het huidige) gemeentehuis begonnen (zie Alpaidis nr 60) en had besloten om in de plaats van een Presbytère [3] een woonst voor de dorpsonderwijzer naast het te restaureren schoollokaal op te trekken? Door deze beslissing bleef de Pastoor van Hoegaarden steeds zonder Pastorij, doch Pastoor Jacobus Sweorts woonde immers goed op de Molenweg en het kostte geen cent aan het gemeentebestuur, waarom zouden zij zich dan zorgen maken.

Jean Bapt. Dumont, de jonge, was de eerste burgemeester van Hoegaarden sedert de Belgische Onafhankelijkheid. Als progressist met liberale gedachten, stond hij bekend als de tegenstrever van zijn voorganger Philippe Joseph De Zangré uit het Arendsnest, zijn gebuur. Deze De Zangré behoorde tot de Orangisten “vijgen” genaamd en stond algemeen als conservatieve Katholiek aangeschreven.

Bovendien behoorde hij door huwelijk tot de V Geslachten evenals Jean Bapt. Van Autgaerden, de jonge, oud burgemeester, die in de gemeenteraad zat en een aanhanger was van Dumont.

De Geslachten hadden zich nochtans voorgenomen, het ouderlijk huis op de Molenweg aan de gemeente te verkopen tot inrichting van een officiële pastorij. Zij zouden alle middelen gebruiken om in dit doel te slagen.

Marie Anne Sweerts (weduwe Paillet) had zich hiermede akkoord verklaard, op voorwaarde dat het als Pastorij zou aanvaard worden. Maar de aangewende stappen bij het gemeentebestuur mislukten, de heren van de gemeenteraad wilden van geen pastorij weten.
Als dan riep de toenmalige Deken van de Geslachten, Dr. Henri Van Nerum de Grote Raad dor Schepenfamilies samen, waartoe ook Pastoor Jacobus Sweerts behoorde.

Daar werd een sluw plan opgebouwd, om tot hun doel te komen.

Pastoor Sweerts was de eerste, die in dit plan moest optreden. Hij richtte zich rechtstroeks en persoonlijk tot het gemoentebestuur. Hij bracht hun duidelijk tot het verstand, dat de Gemeente, sedert de intreding van de nieuwe wetten, verantwoordelijk was voor de behoorlijke huisvesting van de pastoor, hetgeen te Hoegaarden niet gebeurde, want sedert zijn benoeming tot Pastoor (1810), was hij verplicht geweest op eigen kosten [4] in een huis van zijn verwanten te wonen.

En Sweerts eiste schadevergoeding met terugwerkende kracht tot het jaar 1810, ingeval er niet dadelijk aan deze toestand verholpen werd.

Het gemeentebestuur zat hiermede zeer verveeld en riep een dringende zitting bijeen. Daar werd besloten, om de voorziene woonst van de dorpsonderwijzer te vervangen door huisvesting voor de Pastoor, want de aankoop van het herenhuis op de Molenweg zou te hoge financiële kosten teweeg brengen.

Doch deze beslissing viel niet in de smaak der Geslachten, want als “Pastorij” wilden zij alleen en uitsluitend het huis op de Molenweg en niets anders.

De gemeente liet haar besluit kennen aan de Deputatie van de Staten van Brabant en verzocht een afgevaardigde naar Hoegaarden te sturen, om de zaak terplaatse te komen ondorzoeken. Zij ontboden ook de architekt-werkopzichter van het District Leuven, om met kennis van zaken de gemeenteraad voor te lichten, inzake bijkomende bouwkosten. Maar via oud-burgemeester De Zangré (schoonbroeder van de Deken der Geslachten) kwam de Grote Raad op de hoogte hiervan en was het Dr. Henri Van Nerum die voorafgaandelijk het gevolmachtigd Deputatielid en de architekt ging bewerken.

Na onderzoek werd uitgewezen dat de bouw van een gewoon huisje voor de Pastoor, zoals de gomeente had voorzien, ontoereikend was. Het diende groter en ruimer opgevat en moest minstens een stal en een bakhuis bevatten, met bovendien ook nog een tuin.
Maar om aan de Pastoor een tuin te geven, moest een deel van het kerkhof worden ingepalmd en omgovormd. Doch deze tuin zou 5000 florijnen kosten, zonder te spreken over de bouw van de stal en het bakhuis.

Dit viel te duur uit, want de gemeente had nog geen geld genoeg om het nieuw gomeentehuis volledig te bekostigen en zag zich verplicht, hiervoor meerdere gemeentegronden te verkopen. Bijgevolg werd het plan verworpen en naar andere mogelijkheden uitgekeken. De Geslachten hadden hun eerste overwinning behaald, waarin Pastoor Sweerts en de Confrerie deken hun rol hadden gespeeld.

Nu was het ogenblik gekomen om Weduwe Paillet te laten optreden. Zij liet aan Burgemeester Dumont weten, dat zij bereid was haar huis op de Molenweg af te staan en indien de gomoente het als Pastorij wilde aanschaffen, zou zij de prijs tot de 3/5 van de werkelijke waarde verlagen.

De gemeenteraad stond voor voldongen feiten, Zij wisten dat zij verantwoordelijk waren voor de huisvesting van de Pastoor en wilden ten’ stelligste de betaling van de achterstallige schadevergoeding vermijden, want in dit geval zou de bouw van het nieuw gemeentehuis een groot fiasco worden. Dit betekende een tweede overwinning voor de Geslachten, die hiermede het mes op de keel van het gemeentebestuur hadden gezet.

Vervolgens kwam het er op aan de gemeenteraad aan te sporen tot de aankoop van het huis op de Molenweg, dat zij aan de 3/5 van de werkelijke waarde konden bekomen. Hierin gelukten zij door do bemiddeling van Pierre Lowet (eveneens tot de Geslachten behorend, die er toe kwam verschillende Raadsleden te overtuigen van het aanbod zonder dat deze het “spel der Geslachten” doorzagen.

Op de zitting van 20 oktober 1831 werd dan uiteindelijk toch het nut van de aankoop ingezien. Het huis van Weduwe Paillet was sterk en ruim, bevatte een prachtige tuin, stallen en een bakhuis, alles samen 64 a, 40 ca. groot.

Op voorstel van Van Autgaerden (aanverwant kozijn van De Deken der Geslachten) gesteund door een paar Raadsleden besloot het gemeentebestuur om het huis te kopen als pastorij, maar de prijs mocht niet hoger reiken dan 6000 florijnen, want die zouden dan nog moeten ingewonnen worden op de bouw van het nieuw gemeentehuis, hiervoor moest een nieuw plan worden gemaakt om het nederiger op te vatten dan aanvankelijk voorzien. En wegens dit nieuw plan moest de stapelplaats voor de brandweerpompen worden opgegeven, maar deze konden in een der stallen van de Pastorij worden ondergebracht, hetgeen de totale bouwprijs van het gemeentehuis met 3000 florijnen zou verlagen.

Zo werd op 20 oktober 1831 besloten en twee dagen later bekrachtigde de gemeenteraad de aankoop. Op 25 october werd het gemeentebestuur door de Commissie van het District van Leuven verzocht twee deskundigen aan te duiden voor de prijsschatting van het huis. Zulks geschiedde reeds op 31 oktober, want de gemeente wilde spoed achter de zaak zetten. (zie akte hierbij).

De keuze viel op Henri Van Autgaerden (broeder van Jean Bapt. Van Autgaerdon die als “Assessor” in de gemeenteraad zetelde) en Jean Haumont, de gemeenteontvanger (zie Alpaidis nr. 63 blz. 16). Pierre Lowet zou als commissaris het onderzoek van commodo en in-commodo leiden.

En weer traden de Geslachten in aktie om de schatting boven de voorziene som van 6000 florijnen te brengen. Het was andermaal Pierre Lowet, die hierin de grote rol speelde, door er op te wijzen dat het een ruim en prachtig dubbel huis betrof, met koetspoort en duiventil, stallen, bakhuis en binnenkoer met een weelderige tuin en”gloriette”, wijl het huis uitgang had op twee straten (Pastorijstraat en Doelstraat).

Hij wees op de rijke houtbekleding en de goede staat van de woning. Kortom hij beinvloedde de deskundige schatters die na samenspraak de waarde van hot huis op 6700 florijnen raamden (hetzij 14.137 fr.) want het mnocht niet onder de prijs worden verkocht.

Nu hadden de Geslachten hun slag thuis gehaald, want een van’ haar ouderlijke stamhuizen zou door do gemeente als Pastorij worden aangeschaft. Het herenhuis op de Molenweg, dat meer dan 60 jaren als verblijfplaats voor de pastoors van Hoegaarden had gediend, werd zodoende door Weduwe Paillet als :”Pastorie” aan de gemeente verkocht. (zie K.B. van 17 april 1832).

Op 4 novomber 1831, (feestdag van Carolus Van Norum, die het huis in 1747 had gebouwd), werd de Pastorij officieel ingehuldigd door het gemeentebestuur, samengesteld als volgts: 

  • Burgemeester Jean Baptist Dumont
  • de Assessors Pierre Lowet , Jean Baptist Van Autgaerden
  • de leden Jean Henri Vandermolen, Jean Baptist Nijs, een andere Jean Baptist Dumont, C. Carcan, Jean Baptist Eourie, A. Van Diest en sekretaris Branpois Lodewijckx.
  • de weduwe Paillet, haar kinderen en leden uit de Geslachten waren tegenwoordig met hun Confreriedeken Dr, Van Nerum aan kop.

Zij woonden de plechtigheid bij als genodigden van Weduwe Paillet en Pastoor Sweerts.

Het huis was met “guirlandes” versierd en in het beschadigde wapenschild boven de koetspoort stond to lezen “Pastorie van Hougaerden 1831”

In zijn openingstoespraak duidde Burgemeester Dumont op het feit, dat dank zij het gezond verstand van het gemeentebestuur en de goede wil van Weduwe Paillet, Hoegaarden een Pastorij had bekomen. De Geslachten zegevierden, want heimelijk wiston zij maar al te goed hoe de zaak was verlopen.

In zijn antwoord dankte Pastoor Sweerts in het bijzonder Weduwe Paillet, die door de verkoop van haar huis, aan Hoegaarden een Pastorij had geschonken en bracht tevens hulde aan al zijn verwanten, die sinds 60 jaren reeds huisvesting hadden verschaft aan zijn voorgangers. Zijn woorden sloegen diep in op de toehoorders en elk nam hiervan hetzijne.

Hiermede had Hoegaarden eindelijk zijn Pastorij, waar Pastoor Jacobus Sweerts bleef wonen tot aan zijn dood in 1841, juist 1 eeuw na de oprichting van de Confrerie der V Geslachten. Hij was de laatste Hoegaardier-Pastoor uit de Geslachten, die meer dan twee eeuwen het pastoorsambt in handen hadden gehouden”

Zijn opvolgers waren:

  • Pastoor Joannes Deelen van 1841 tot 1868
  • Pastoor Joannes De Coster Van 1868 tot 1880
  • Pastoor Bernardus Redig van 1880 tot 1897
  • Pastoor Egidius Van Gucht van 1897 tot 1922
  • Pastoor Karel Verhoeven van 1922 tot 1935
  • Pastoor Alfred Heuysdens van 1935 tot 1955 en onder wie in 1947 de pastorij geklasseerd werd.
  • Pastoor-Deken Pieter Vanderhasselt van 1953 tot 1975
  • Pastoor-Deken Vandervelpen vanaf 1975 en huidige bewoner van het huis op de oude Molenweg

En nu op 7 november 1981, 150 jaar na de plechtige inhuldiging van de Pastorij zullen de nakomelingen uit de Geslachten, in samenwerking met het Nieuwhuys-museum, deze verjaring gedenken.

Bij deze gelegenheid zal een boek worden uitgegeven getiteld, “De Pastoors van Hoegaarden”, en zullen zij op hun eigen wijze en volgens hun eigen kultus deze 150ste verjaring vieren.

Weer is Hoegaarden hierdoor een brokje geschiedenis rijper geworden. Echt jammer dat de gemeente deze viering niet in haar Millenniumprogramma heeft voorzien, of wisten zij misschien niet dat de Pastorij 150 jaar geleden door de gemeente werd aangekocht.

Bronnen en citaten[+]

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email