Ga naar de inhoud

Overzicht

Het Arendsnest

Boven op de Houtmarkt, pronkt een pracht van een hoeve. het Adelaarsnest van Balthasar Sweerts, de 2e grootste secretaris-griffier, die Hoegaarden ooit kende, de gemeentesecretaris van voor en tijdens de Franse Revolutie.

Balthasar Sweerts had heel waarschijnlijk de hoeve van zijn grootvader, Antoon Sweerts overgenomen. Deze hoeve werd gebouwd in 1634 (arens en bouwjaar zijn op het erf te zien). Het Arendsnest later gesplitst in de hoeve Smolder (binnenkoer) en het huis Dumont (aan de Houtmarkt buitenkant) werd aangekocht door de gemeente Hoegaarden en is sinds 2001 in privé handen.

In de 18e eeuw, de gouden eeuw van Hoegaarden, drukten vooral en onvermijdelijk de Sweertsen hun stempel op de gemeentepolitiek in het dorp. In deze 18e eeuw leverde deze familie drie gemeentesecretarissen en die de grootste secretarissen van Hoegaarden werden genoemd.

De machtigste was Servaes Sweerts, de hereboer uit uit de Cruysblockhoeve [1],  vader van Balthasar Sweerts.

Het Arendsnest [2], samen hoeve Smolders en huis Dumont, waren vroeger een geheel. Het huis Dumont werd daarna trouwens de eerste pastorij. In de pastorij woonden toen de pastoors en de dekens Sweerts, die gedurende 178 jaren zonder onderbreking hun eigen parochie bestuurden. Na de Franse Revolutie is hun ster gedaald. wellicht omdat zij wat te fel aan het oud regiem waren gehecht.

Balthasar Sweerts, secretaris-griffier, woonde in de hoeve Smolders (binnenkoer). Zijn gade, Lucie Schepers, was vroeg gestorven en na haar dood huwde Balthasar Sweerts met Dorothea Van Nerum, kleindochter van Carolus Van Nerum.

Na de dood van de gemeentesecretaris in 1808 trad Dorothea Van Nerum opnieuw in het huwelijk met burgemeester Philippe de Zangré en werd de eerste dame van Hoegaarden. De laatste secretaris der Regentie werd onder grote volkstoeloop ten grave gedragen in de crypte van de kerk.

Maar voor het zover was, waren er dramatische scénes in het Arendsnest.

In 1788 braken in Hoegaarden onlusten uit, de fransgezinde notaris J. Bt. Van Autgaerdenruide het volk op tegen het schepen college van Balthasar Sweerts. Nochtans had de gemeente in de 18e eeuw een buitengewone bloei gekend. Het was immers de eeuw van de rijke brouwers en het lekkere Hoegaards bier geweest. Op zekere dag van het jaar 1787 riep notaris J. Bt. Van Autgaerden een volksvergadering bijeen, ruide in een ware aanklacht tegen het schepencollege het volk op tot verzet en opstand tegen de Regente en de schepenfamilies. Maar in werkelijkheid waren het nijd en afgunst, die aan de basis lagen van dit complot, een complot dat als het ware alleen gericht was tegen Bathasar Sweerts, de man tegen wie alles werd uitgespeeld.

Rond Pasen van 1789 moest tot de verkiezing van een nieuwe burgemeester worden overgegaan en diende de Regentie de kandidaten voor te stellen. De Regentie heeft toen een minnelijke schikking willen treffen, maar J. Bt. Van Autgaerden wilde van geen compromis weten en streefde slechts naar de vervanging van het Schepencollege door een volksraad, waarvan hij aan de kop zou staan Nochtans werd een nieuwe burgemeester, bloedverwant van het Schepencollege gekozen.

De opstand.

Dat gaf aanleiding tot de opstand.

“Het is niet de Regentie, maar wel het volk dat zijn burgemeester moet kiezen”, riep J. Bt. Van Autgaerden verbitterd uit. Toen verschenen zijn aanhangers gewapend aan de kerk en met notaris Van Autgaerden op kop bestormden zij het gemeentehuis en verklaarden alle schepenen uit hun functie ontheven. Hij zelf liet zich tot Regent-Burgemeester uitroepen. Het plan was geslaagd. Hij had Hoegaarden in opstand gebracht, het oud regiem door een volksbestuur vervangen en zelf de macht veroverd.

Het uitgelaten volk bestormde en plunderde in volle nacht de huizen van de schepenen en Balthasar Sweerts moest onder bedreiging zijn ambt neerleggen en alle archieven aan de nieuwe bewindsploeg afstaan. Maar secretaris Bathasar Sweerts had reeds een pak met de vertrouwelijke dorpsarchieven in de mooie waterput, op het erf van de boerderij geworpen.

De huilende bende wilde het huis Sweerts in brand steken en onder deze bedreiging werd een tweede pak met archiefstukken door de secretaris afgestaan.

De schepenfamilies werden in hun eigen huizen gehoond, mishandeld en velen zochten heil in de oude pastorij, het huis Dumont, bij pastoor Sweerts. Daar vonden zij een onderkomen in de grote kelder, daar waar een geheime gang vanuit de pastorij dwars onder de Houtmarkt naar de richting van de kerk vertrok.

De dag na de opstand liet notaris Van Autgaerden zich in een galakoets door de gemeente voeren. De overwinning was volledig geweest. Doch in september van het jaar 1791 werd de Regentie terug in ‘t gelijk gesteld, maar later zou de Franse Revolutie het sloppingswerk tegenover het Schepencollege definitief voltrekken.

De gouden eeuw van de Sweertsen van Hoegaarden was teneinde. Maar nog droomt het Arendsnest van Balthasar Sweerts, in zijn witte Gobertangesteen over het roemrijk verleden van Hoegaarden.

Bronnen en citaten[+]

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email