Ga naar de inhoud

Palmzondag te Hoegaarden

Palmzondag te Hoegaarden

De palmboom is de koningsboom in het Oosten en toen Kristus, gezeten op een ezel, zijn intrede deed in Jeruzalem, werd hij door een luidruchtige en met palm- en olijftakken waaiende menigte onthaald. De intrede werd in de vroege middeleeuwen ook in onze streken herdacht en in Hoegaarden is deze traditie blijven voortbestaan.

Een feit is dat de huidige palm- of apostelenprocessie eeuwenoud is en de juiste oorsprong met te achterhalen valt. Maar zeker is dat zij sedert 1631 geregeld is uitgegaan.

Vanwaar 1631?

Dit staat vermeld in een oud register, met perkamenten omslag, waarin de statuten van het «Genootschap der Apostelen» in 1631 werden opgetekend.

Het genootschap

Het genootschap bestaat uit twaalf apostelen en vier discipelen; de apostelen zijn allen gehuwde mannen, buiten de apostel Johannes; de discipelen of leerlingen moeten ongehuwd zijn. Het hoofd of «kopstuk» van de Broederschap is de «mombaarvader». Palmzondag is hun grote dagl Op de vooravond luidt de «dikke» klok en wordt de aloude eiken ezel met het zittend Kristusbeeld uit zijn bergplaats gehaald en gereinigd en daarna overvloedig met palm versierd, waarna het in het koor van de kerk wordt gebracht.

De palmwijding en processie

Tegen het uur van de palmwijding (omstreeks 9 u. 30), wanneer de kerk bomvol zit met grote en kleine kinderen, die allen een bos palm bij hebben, komen de leden van het Genootschap naar voren. De discipelen zitten rond het beeld, één op elke hoek; de mombaarvader zit achteraan en de apostelen opzij, langsheen het gestoelte.

Als de priester dan tot de palmwijdig overgaat, steken alle aanwezigen hun palm — al dan niet op een stok gebonden — zo hoog mogelijk. Deze gewijde palm wordt daarna immers verkocht en in Hoegaarden luidt het gezegde dat men de palm in de kerk hoogop moet steken, opdat hij zeker zou worden gewijd, en dat men dat heel goed kan merken, daar gewijde palm immers veel sterker blinkt dan niet gewijde (zo vertelt men tenminste aan de kleintjes).

Na de palmwijding gaat de processie door enkele straten in een kring rond de kerk (kerk die zelf een bezoek overwaard is). Vooraan het kruis, de misdienaars en de geestelijkheid, dan het Kristusbeeld door de discipelen op de schouders gedragen en daarna de apostelen en de mombaarvader.

De apostelen dragen lange wijde mantels van verschillende kleur en, schuin over schouder en borst, een hnt met hun naam. Op hun hoofd dragen zij een «umbracul», d.i. een rond metalen plaatje, zoals men ook op heiligenbeelden terugvindt. Dit plaatje wordt kunstig in de haren vastgemaakt, maar schept heel wat problemen met de kaalhoofdigen, zodat men hier soms zijn toevlucht tot de lijmpot moet nemen.

Verder draagt elke apostel nog zijn «wapen»: Petrus de grote sleutel, Johannes de kelk, Andreas het kruis, enz. En zo voldoet men in onze XXe eeuw nog altijd aan de oude statuten: “Daerenboven sullen zij geschickelijk ende devotelijk gaen, om die Processie te vereeren, gekleedt wesende apostolischerwijse, daerbij hebbende een ieder sijne waepenen daer toe gheordineert ende vergheselschapt wesende van haren mombaervader van hen verkosen ende ghedeputeert.»

Maar ook de kinderen spelen een belangrijke rol in deze processie. En allen zijn ze daar, soms nog op de arm van vader of moeder. en allen blijven het volhouden tot het jaar van hun plechtige kommunie. Zij dragen hun palmen op stokken, zwieren en zwaaien ermee en geven door gebaar en geluid uiting aan hun kindervreugde.

De processie wordt verder nog opgeluisterd door de harmonie en voorafgegaan door de plaatselijke ruitersvereniging. Op ongeveer 20 minuten is de processie terug aan de kerk, waar dan de hoogmis begint.

Het Kristusbeeld wordt terug in het koor gezet en de apostelen en discipelen nemen hun plaats weer in. Tijdens het evangelie — het is het passiever haal van Mattheus — staan de apostelen van hun stoel op, maken enigszins verwarrend en onthutsend een eigenaardige kring rond het beeld en trekken zich daarna terug in de sakristie. Dit is de gesymbolizeerde vlucht van de apostelen, toen ze zagen dat het ernst werd met de gevangenneming van hun Meester. Na het passieverhaal komen ze weer binnen en nemen terug hun plaats in.

Bij de kommunie van de celebrant gaan de apostelen ook te kommunie en doen hun dankzegging voor hun stoel; dit ter herinnering aan het Laatste Avondmaal. Maar wat gebeurt er ondertussen met de kinderen?

Zodra de processie terug aan de kerk komt, zwermen zij uit over het Gemeenteplein door de omliggende straten, en doen zo de ronde van het dorp, waarbij zij tot het middaguur aan elke deur bellen om een takje «pallemaai» (palmmei of palm) te verkopen. En dat die dag de bollen- en ijsverkopers, evenals de dan altijd aanwezige «foor» goede zaken doen hoeft geen betoog.

©Leontine Wuyts vertegenwoordigster V.T.B – V.A.B [1]

Bronnen en citaten[+]

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email