Ga naar de inhoud
Spaerencampshoff

Cijnsgoed

Tussen de Kalverstraat en de Koningin Astridstraat te Hoegaarden, bevond zich een cijnsgoed, waarop een hofstede stond, die de naam droeg van “Spaerencampshoff” [1]

“Spaeren” komt van sparren (pinbomen, dennen) en “camp” betekent veld, dus hof op het dennenbomenveld. Overblijfsels van dit cijnshof vindt men terug op de hoek van de Doelstraat en Kalverstraat, heden in het bezit van het gezin Raddoux – Van Nerum.

De Kalverstraat liep vroeger door tot in de Putstraat [2]. Het was voorheen een modderige wegel, waar geen huizen stonden, met uitzondering van het vermelde “hoff” en werd Calvariestraat genoemd, omdat het een echte kalvarie was om er door te geraken, men zakte er tot aan de knieen in het slijk. De bewering dat deze straat haar naam ontleend aan het feit dat er kalveren werden doorgedreven, is louter onzin en verzinsel. In het begin van deze eeuw was het wegeltje zo klein dat men het “Kalverstraatje” noemde.

Aan de andere zijde bevond zich een wegel, die de naam van “Sanets-veldstraet” kreeg. “Sanets” komt van het woord “senestre” (= links), dus linkerveldstraat, later Smisveld en heden Koningin Astridstraat.
Aan de bovenkant tussen het Smisveld en de Kalverstraat, werd het gedeelte van de straat “Doelstraat en lager af” [3] geheten.

In de XVIIIe eeuw, de eeuw der rijke brouwers werd het oude bouwvallig geworden hoff bijna tot op op de grond afgebroken en op de oude grondvesten herrees een nieuwe hoeve, die in “Bouwen door de Eeuwen heen” p.154 [4], beschreven wordt als volgt: “Woonhuis uit XVIIIe eeuw, gebouwd van baksteen en gobertange, gewijzigde zijgevel en tuinprieel.

Tijdens de troebelen van 1789, die te Hoegaarden de franse revolutie vooraf gingen, werd de hofstede vermeld als “pagthof boven aen de Calvestraet, alwaer oock die insurgenten tot insolenciën zyn gegaen“, [5].

We weten niet wie er toen woonde, maar zeker iemand die als vijand van de “sansculotten” stond aangeschreven, gezien hogerstaande vermelding.

De eerst bekende eigenaar was Michael Eduardus Peten, die in 1827 het dak van het woonhuis liet hernieuwen en in 1834 een nieuw balkenspel in zijn schuur aanbracht. Deze jaartallen zijn nog goed zichtbaar op dak en in de schuur. Het tuinprieeltje schijnt in de latere jaren te zijn verdwenen.

Rond die tijd (1845 en later) werd beweerd dat de weerwolf er huisde. Vermoedens wogen op de zoon Peten, die een wolvenvel overtrok, om de mensen de schrik op het lijf te jagen. Achteraf zou het vel op het pachthof zijn verbrand.

Popp-kaart, kopies (1842-1879)

Rond 1860, toen de kadasterlegger Popp werd opgesteld, stond de hofstede (perceel D 332) nog steeds op naam van weduwe Peten. Tot het pachthof behoorden ook nog twee kleine aangehechte huisjes langs de kant van de Kalverstraat (perselen D 331 a en D 331 b), evenals 14a 90 ca hof (perseel D 331 c) en 26a 40ca aanpalend land (perseel D 330). Dat was alles wat overbleef van het eens zo uitgestrekt cijnsgoed van het oude Spaercampshoff. 

De “regenoten” (Aanpalende eigenaars)) waren notaris Alexander Louis Putzeys met een schuur en land (perselen D 329 en D 328) en de kruidenier Jacques Troost met land (perseel D 324).

In die tijd stonden er in de Kalverstraat en op het Smisveld bijna geen huizen, met uitzondering van de hoeve van Jean Baptist Coenen, beneden op de hoek van beide straten. Van de Oudstrijdersstraat was toen nog geen sprake.

De grondvesten van de hofstede zijn merkwaardig. Er is een ruime dubbele kelder, met booggewelven en gobertangetrap door ijzers aan elkaar verbonden, die naar de lager gelegen kelderruimte leiden. Langs de zijde van de Doelstraat zijn de sporen zichtbaar van een onderaardse uitgang in de richting van het overliggend pachthof (vroeger Geens, later Peeters, nog later Knaepen en nu Princen). Deze gang werd echter dicht geworpen.

Rond de eeuwwisseling werd de hoeve door Emiel Peten verkocht aan Jules Van  Haegendoren (°1863), jeneverstoker, die echter op de Stoopkensstraat woonde en het pachthof liet bewonen door de gebroeders Henri en Raymond Willems. Na de eerste wereldoorlog vestigde Clothilde Rotti (echtgenote van Jules Van Haegendoren) zich met haar kinderen in de hoeve. 

Deze waren tijdens de oorlog naar Engeland gevlucht, doch de afwezigheid had een scheiding veroorzaakt in het gezin Vanhaegendoren – Rotti.

Haar dochter Jeanne opende er een stoffenwinkel, later overgenomen door diens zuster Irène. Deze winkel behoorde tot de besten van het dorp.

Na de dood van Clothilde Rotti in 1937, ging het ganse eigendom met een paar naastgelegen en overliggende huisjes, ingevolge haar testament voor notaris Becquevort te Tienen, naar haar dochter Irène (geb. 1908) en haar zoon Emile (geb. 1911), in onverdeeldheid, ieder voor de helft.

In 1947 trad Irène in het huwelijk met Jean Baptist Peeters [6] uit het overliggend pachthof. Hij was varkens koopman van beroep. Zij verscheen samen met haar broeder Emile (priester inspecteur aan de KUL) op 11 juni 1947 ter studie van notaris Roberti de Winghe te Leuven, om uit de onverdeeldheid te treden.

Daar ondertekenden zij beiden een akte van ruiling, waardoor zij aan haar broeder een burgerhuis te Leuven, Coutereelstraat ter waarde van 145.000 fr. afstond tegen de helft die Emile Van Haegendoren in bezit had op het eigendom in de Doelstraat, ter waarde van 290.000 fr., hetzij 145.000 fr. voor de helft. De resterende 30.000 fr. werd door Irène bijgelegd.
Zij overleed als weduwe in 1985, en toen ging het pachthof over op haar enige dochter Anne Marie Peeters ( °1948), die trouwde met de latere burgemeester Frans Huon.

In 1989 verkocht deze laatste het eigendom aan Dirk Wauters, professor in beeld- houwkunst ( °1952 Wilrijk ) en Greta Coppens, lerares ( °1954 Heusden) beiden voordien samenwonende te Aarschot. De koopakte werd ondertekend voor notaris Van Kerckhoven te Aarschot.

Zij lieten in de oude hoeve grote verbouwingswerken uitvoeren, vooralleer haar op 24 juli 1991 ter studie van not. Coerthouts te Tienen, door te verkopen aan Hugo Raddoux ( °1955 Tienen), burgelijk ingenieur en zijn echtgenote Ingeborg Van Nerum (°1960 Hoegaarden) vertaalster.    

In deze laatste akte wordt het huis beschreven als volgt: Een woonhuis met aanhorigheden, op en met grond gestaan en gelegen aan de Kalverstraat nrs. 1 & 3 en Doelstraat nr. 20, bekend volgens titel wijk D nrs.331 E, 331 F en 332 M, voor een oppervlakte volgens titel van 7 a 3 ca 7 dma. en volgens kadaster 6 a 81 ca. plus wijk D nr. 331 P deel – groot 80 ca 7dma.

Het gezin Raddoux x Van Nerum voert er restauratiewerken uit, om het zijn vroegere luister terug te schenken. Misschien kunnen zij zich laten inspireren door de oude benaming van “Spaerencamp shoff” zo zij ooit hun hofstede een naam wensen te schenken.

De “spar” heraldisch zinnebeeld van hoop, trouw en bestendigheid, kan ook als symbool dienen voor het aanbrengen in hun gevel van een wapenschild, met als devies “AD ALTIORA” [7].

Zo zou men gebeurlijk kunnen spreken van “een spar van sinopal op zilver veld [8], met hoofd van azuur beladen met drie naast elkaar geplaatste gulden lelies [9].

Basiskaart Vlaanderen: GRB

Bronnen en citaten[+]

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email