Ga naar de inhoud

Waarom Hoegaarden geen stad werd

Oorlog tussen Balderic (Luik) en de graaf Lambert ( Leuven)

Toen de Bisschop Balderic II van Luik, in 1013 op zijn territorium te Hoegaarden een burcht wilde bouwen, voelde Graaf Lambert van Leuven zich bedreigd en verklaarde hem de oorlog.
De botsing greep plaats te Hoegaarden, [1]. Na een hevig gevecht werd Lambert verslagen en op de vlucht gedreven. De mannen van Bisschop Balderic, uitbundig van vreugde, vierden de overwinning en bedronken zich zodanig dat zij ter plaatse hun roes uitsliepen.

Laf verraad

Toen greep een laf verraad plaats. Graaf Robert van Namen [2], die als vazal aan de zijde van de Biscchop had gestreden, liep in de nacht naar Lambert over en vertelde hem dat de troepen van de Bisschop allen smoordronken waren.

Lambert keert weer en samen met Robert van Namen, hakken zij de slapende mannen van Balderic II in de pan.

Alleen de Graaf van Eename, bondgenoot van de Bisschop wilde zich niet gewonnen geven en ging zich met een groepje soldaten in de ST. Gorgoniuskerk verschansen. Hij werd echter overmeesterd en gevangen genomen. De Bisschop had 300 van zijn edele ridders verloren.

Hoegaarden geen versterkte stad ten voordele van Tienen

Het Graafschap Brunengerunz, waarvan Hoegaarden de hoofdplaats was, ging over in handen van Lambert van Leuven, met als gevolg dat Hoegaarden geen versterkt stadje werd, waardoor het zijn prestige en verdere opbloei heeft ingeboet, ten voordele van Tienen, die in 1015 zijn eerste omheining kreeg.

Zo het verraad van Graaf Robert van Namen de oorzaak was, dat Hoegaarden zich na 1013 niet tot stad kon opwerken, dan zou Godefroid van Perwez, behorend tot het hertogelijk huis van Leuven, er in 1248 voor zorgen dat Hoegaarden een open landelijk dorp zou blijven. Dat gebeurde toen Bisschop Hendrik van Gelder in 1248, de advocatie van Hoegaarden afkocht voor een zeer hoge prijs, doch onder strenge voorwaarden dat er geen versterking of wallen zouden gebouwd worden, m.a.w. dat Hoegaarden zich niet tot stad zou verheffen in tegenstelling met Tienen, die wel deze privilegie had gekregen.

Zo bleef Hoegaarden als dorp voortbestaan als “enclave” gelegen in het Hertogdom Brabant, doch behorend tot Prinsbisdom Luik.

In 1805 wilde Burgemeester Jean Baptist Van Autgaerden, de jonge, Hoegaarden. tot stad laten uitroepen, onder voorwendsel dat zij meer rechtstreekse en onrechtstreekse belastingen betaalden dan de steden Geldenaken en Waver. Maar Tienen bracht een zeer ongunstig advies uit en het voorstel werd verworpen.

Het advies vanuit Tienen

Het is dit advies dat wij hier nader willen beschrijven.

Toen de zaak uitlekte dat Van Autgaerden een aanvraag had ingediend tot de erkenning van Hoegaarden als stad, waren enkele politieke tegenstanders van de Burgemeester bijeengekomen. Onder hen bevond zich Antoon Bathazar Sweerts, ex-griffier uit de voormalige Regentie en laatste adelaar van het Oud-Regiem. [3]

Van Autgaerden was de zoon van de zo gehate “sansculot” en revolutionaire leider Notaris Jean Baptist Van Autgaerden, de oude, die de Regentie had ontroond en zich aan de fransen had verkocht. Hij liep in het spoor van zijn vader, ofschoon meer inschikkelijker, maar was de “nieuwe doctrine” trouw gebleven.

Anderzijds had Sweerts tijden de Besloten Tijd (Schrikbewind) tot de geheime samenzwering tegen de franse overheid behoord en was een aartsvijand geworden. van Not. Van Autgaerden.

Hij kon niet dulden dat diens zoon, de eer zou opstrijken Hoegaarden tot stad te verheffen en besloot zich nu te wreken voor al de smaad en vernederingen, hem door diens vader aangedaan.

En niettegenstaande Sweerts aanverwant kozijn was van Van Autgaerden, de jonge,  [4], besloot hij het plan te dwarsbomen.

Hij richtte zich tot zijn oude vriend, Messire Jean Henri Hubert Persoens d’ Oirbeek en d’Ordingen, gewezen rechtsheer bij de Tolkamer van Tienen en oud-hoofdmeier van het Kwartier Tienen (1785 1795), die grote invloed had in het Kantonbestuur, en bij Bartholomeus Swinnen, de Meier van de stad Tienen.

Het viel Sweerts niet moeilijk zijn argumenten te doen aanvaarden, want te Tienen waren zij tegen het voorstel van Van Autgaerden gekant, zodat zij een ongunstig advies uitbrachten, dat door de hogere overheid bekrachtigd werd.

Opmerkingen

De bijzonderste opmerkingen waren :

  • dat het dorp van Hoegaarden te kort bij de bestaande stad Tienen lag, enz..
  • dat een verheffing tot stad, meer nadelen dan voordelen zou hebben, enz…
  • dat de bestaande gemeenteraad niet de voldoende waarborgen had, om zich tot stadsmagistratuur om te vormen, enz..
  • dat bij de inwoners, de heersende verdeeldheid een gevaar kon opleveren voor de veiligheid en de orde enz….
  • dat de argumenten tot stadsverheffing onvoldoende waren, om op het voorstel in te gaan enz.. enz.. enz…

En zo kwam het dat Hoegaarden geen stad werd en een open landelijke gemeente bleef.

Tot wat politieke veten toch leidden kunnen ?

 

Bronnen en citaten[+]

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email