Ga naar de inhoud

Het onderwijs te Hoegaarden 19de eeuw

Het onderwijs te Hoegaarden gegeven en gevolgd in de 19de eeuw

Inleiding

  • Wie gaf er onderwijs aan de Hoegaardse kinderen vanaf de Franse tijd en welke inkomsten werden daaruit gegenereerd?
  • Wat verstond men onder een school/school gebouw in het begin van de 19de eeuw en naderhand?
  • Gingen alle kinderen naar school? Ook de armen, de meisjes, de kleuters en de volwassenen?
  • Hoe stonden de dorpsbestuurders tegenover het plaatselijk onderwijs?
  • Welke bekommernissen hadden zij als er moest gedebatteerd worden over leren en vakken en lokalen?
  • En Meldert en Outgaarden, hoe zat het daar?
  • En in de 19de eeuw was er geen leerplicht en de eerste organieke wet op het lager onderwijs in het koninkrijk België dateert pas vanaf 1842. Moesten de kinderen dan naar de school onder de Franse Tijd (1795-1814) of onder het Hollandse Bewind (1814/5-1830)?
  • Wat weten we over privéonderwijs in onze gemeente?

Het onderwijs gegeven aan de jongens in de gemeente Hoegaarden in de 19de eeuw.

Het onderwijs gegeven aan de jongens in de gemeente Hoegaarden in de 19de eeuw.

Onder de Franse tijd (1795-1815) was Henri Lodewijckx [1]  (Meerhout 1761-Hoeg. 1837), bakker, winkelier, agent national, griffier van de vrederechter Putzeys, de 1ste officieel gemeentelijk onderwijzer aangesteld onder de Franse periode. De enige vergoeding die hij kreeg was een geldelijke tussenkomst voor woonst en tuin. Voor 3 maand [2]   kreeg hij in 1802 een som van 25 frank uitbetaald.

Dochter Anne Catherine Lodewijckx (1790-1855) trouw de met Pierre Debroek/Debroeck (Hoeg. 1793-1862) die zijn schoonvader opvolgde als onderwijzer in de gemeenteschool waarna hun zoon Jacques Debroeck  [3] (Hoeg. 1828-1869) op zijn beurt eerst hulponderwijzer bij zijn vader en daarna onderwijzer van de gemeente school werd. Jacques was sinds 1848 hulponderwijzer en hij had zijn diploma behaald aan de normaalschool van Sint-Truiden in augustus 1846. Er moet een nieuwe hulponderwijzer benoemd worden maar dat is niet evident. Ondanks publicatie in het staatsblad, ʻLe Cultivateurʼ van Tienen en een brief aan de directeur van de normaalschool te Lier, daagden er slechts vier ongediplomeerde kandidaten op. Gezien de urgentie wordt aan de overheid om een uit zondering gevraagd  [4].

Na het overlijden van Jacques Debroek volgde zijn kozijn Adolphe hem op als gemeentelijk onderwijzer; Adolphe was zoon van Renier, een broer van onderwijzer Pierre Debroek.

Adolphe Debroeck (Hoeg. 29.07.1846-07.04.1900) trouwde met Eudolie Christiaens (Hoeg. 09.06.1849).

 

Adolphe Debroeck ©Hoegaardserfgoed.be

Ze woonden in de Pastorijstraat waar ze handel dreven en hun kinderen waren:

  1.  Marie Rosalie Adrienne (Hoeg. 30.10.1873) x te Hoegaarden 29.05.1900
    Jan Karel Mattheessens (Antwerpen 25.02.1877), natiebaas, en ging in augustus 1900 te Antwerpen wonen.
  2. Marie Anatolie Berthe (Hoeg. 15.09.1875), gaf pianolessen.
  3. François Regnier Adolphe (Hoeg. 01.01.1878), leraar aan het college en onderpastoor te Tienen.
  4. Jean Constant Alphonse (Hoeg. 19.04.1880).
  5. Henri Joseph Corneille (Hoeg. 11.10.1882), ongehuwd.
  6. Marie Thérèse Marguerite (Hoeg. 11.08.1887).
  7. Marie Eugenie Alice (Hoeg. 28.01.1891).
  8. Fernand Corneille Marcel (Hoeg. 19.02.1896-Mankanza 07.08.1981) pater Scheutist en missionaris.
Dames Debroeck ©Hoegaardserfgoed.be

Vader Adolphe Debroeck werd na het behalen van zijn on derwijzersdiploma te Lier, hulponderwijzer te Hoegaarden. In 1869 volgde hij zijn kozijn Jacques op. Zijn eigen kinderen gingen naar de kloosterschool. Als gevolg van de zogenaamde ongelukswet van 1879, was dat voor hem een onhoudbare situatie en werd hij ontslagen uit de gemeenteschool. Ook al had hij de onderwijzersakte en was ze uitgereikt door de officiële normaalschool, toch had hij ook zijn kinderen naar de gemeenteschool moeten overplaatsen.

Vinnige debatten grepen hieromtrent plaats in de gemeenteraad, waar burgemeester Lodewijckx katholiek en familie) Debroeck in het gelijk stelde, gezien het familiehoofd vrij was te beslissen waar zijn kinderen naar school gingen. De vele moeilijkheden die hieruit voortvloeiden lokten nochtans in 1883 het ontslag uit van Adolf Debroeck.

Norbertus Amandus Jacops (Oorbeek 18.01.1790-Hoeg. 29.01.1826) werd eveneens schoolhouder te Hoegaarden. Hij trouwde met Marie Françoise Lebrasseur op 1 december 1820 te Hoegaarden en gaf als beroep ʻonderwijzerʼ op en zij ʻparticulièreʼ.
Na zijn overlijden in zijn huis in de Koffiestraat (Arthur Putzeysstraat) werd hij opgevolgd door zijn weduwe Marie Françoise Lebrasseur (Hoeg. 26.04.1791-29.04.1875); zij overleed op 84-jarige leeft ijd en was vooral gekend als ʻde weduwe Jacopsʼ.

Marie Françoise Lebrasseur [5] was dochter van Antoine (+ 30.05.1803) en Marie Thérèse Verhaeren. Hij was zoon van Antonius Josephus Jacops/Jacobs (+ Hoeg. 18.11.1819) van Wespelaar en Gertrudis Vrancx (+ te Oorbeek 06.09.1795)  [6].
Onderwijzer Norbert Amand Jacops krijgt in 1821 een bedrag voor zijn logement en om prijzen te kopen voor zijn leerlingen ter gelegenheid van het feest van St.-Gregorius.
Op 15 brumaire jaar 10 (06.11.1801) 103.50 Fr voor logement en tuin in uitvoering van de wet van 3 brumaire jaar 4, het restant moet betaald worden door de gemeenten Rommersom en LʼEcluse.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-218-56ste-jaargang-1-2020

Bronnen en citaten[+]