Ga naar de inhoud

Het ontstaan van de suikerfabriek Grand Pont

Het familiearchief Putzeys – nu bewaard en raadpleegbaar in zaal Grand Cru van het gemeentehuis – werpt een licht op het ontstaan van de suikerfabriek Grand Cru in Altenaken. Aan de basis ligt Joseph Putzeys ( 1844-1917), wetenschapper, uitvinder, actief in binnen- en buitenland. Putzeys stichtte in 1876-77, met vennoten, de suikerfabriek die het langst zou blijven bestaan. De Grand nam verschillende andere fabrieken over tot ze in 1966 overgenomen door de Raffinerie Tirlemontoise. Deze en andere Putzeysen speelden een rol in de geschiedenis van Hoegaarden (onder andere ook Arthur Putzeys, burgemeester met een straatnaam).

Arthur Putzeys

°Hoegaarden 19/03/1849 en +Hoegaarden 02/06/1906.

Volgde in 1881 zijn vader als notaris op en was ook Liberaal Burgemeester van Hoegaarden van 1896 tot 1905 en Provinciaal Raadslid.

Een straat te Hoegaarden draagt zijn naan.

Hij trouwde in 1884 met Valentine Vranckx uit Kumtich ( °1852  +1922) 

van wie Maria °1886 en getrouwd in 1906 met Leona Heuninckx (°1881) die in 1906 zijn schoonvader als notaris opvolgde

Cesar Putzeys

°Hoegaarden 08/01/1843  +Hoegaarden 01/01/1905

Was eerst molenaar zoals zijn vader en vervolgens vanaf 1887 hotelhouder, aan het station van Hoegaarden.
Hij was de brevethouder van de historische muntkaramellen “Cesar”, die heden nog bij speciale toelating van zijn zoon, Frederic door ‘t museum “Julien Van Nerum” vervaardigd worden.“

Cesar Putzeys getrouwd in 1882 met Emmerence Smeyers (°1855 +1934). Zij hadden drie kinderen

  • François °01/02/1888 – Elektricker te Brussel getrouwd met Cath. Andries (°1905) vanwie :
        • Cesar °1929
        • Robert °1932
  • Robert °02/05/1886 +1914. Muzikant te Linkebeek. In 1910 getrouwd met Saplıyre Debroey  (°1883)
  • Frederic °11/07/1889. Volgde zijn vader als hotelhouder op. Getrouwd in 1928 met Marie Jans (°1891: Weduwe van Paul Debroeck) van wie :
        • Marie Thérèse  °1931
        • Anne Marie  °1932

Joseph Putzeys

o Hoegaarden 22/02/1844  +Elsene 17/02/1917.

Hij was doctor in de wijsbegeerte en letteren, ingenieur-scheikundige, waarnemend directeur van de suiker fabriek Grand-Pont en stichter en beheerder van andere fabrieken.
Hij trouwde te Hoegaarden in 1880 met Lucie Van Nerum (°1855 +1929,   dochter van Livinus Van Nerum en  Monique Cipers).

Uit hun huwelijk spriten 6 kinderen :

  • Margeurite °08/01/1884 +1942
  • Josephine °17/01/1885 +1918
  • Louise °16/10/1887 +05/01/1918 te Etterbeek, Ph. Baucastraat
  • Maurice – Joseph °20/03/1890 +Elsene 01/11/1960.
    Was waarnemend Consul te Baal’ in 1921 en commercieel zaakgelastigde in Yoego-Slavic en Brazilië.
    Hij x 1929 met Jean FOUCART uit Véron (1907), die advokaat was aan het Hof van Burucp tc Brussel, Uit hun huwelijk werd een zoon geboren :
    – Joseph °8.3. 1930 : commercieel zaakgelastigde in Yoego-Slavie. Maurice PUTZEYS onderhield nauwe familiebe trekkingen met zijn kozijns Julien en Oscar VAN NERUM, Arthur PONSART en de gebroeders BAUDE,
    Enkele dagen voor zijn dood schonk hij aan de gildesekretaris, het oude reglement van de Gulden Lelie (zie art. 72) en een schrijn met aarde uit het Nerimbos (blz 91). Hij had het als herinnering aan zijn moederlijke afstamming bewaard, hetgeen ons in 1964 toeliet de Gulden Lelie weer op te richten.
  •  

Levensbeschrijving

De karamellen Putzeys

In 1852 had vader Jean Baptiste Putzeys (bijgenaamd Jean Juus), die te Hoegaarden op de markt bakker was, te Leuven in de Mechelsestraat van den zekere Van Hauw, de formule en het brevet afgekocht voor het vervaardigen van muntbollen.
Een nieuwigheid werd te Hougaarden binnengebracht, maar het vergde veel werk en daarom moesten zijn oudste zonen hem helpen.

Zo zag men dan elke donderdagnamiddag, de 9 jarige Cesar en de 8 jarige Joseph, die met de hand muntbollen maakten. De nog warme gekookte suikermassa moest in “bollekens” gerold worden om er achteraf het fabricatiemerk, de leeuw, in te drukken.
Dit gebeurde met een koperen geldstuk van 5 centimes, “het solleke”, dat op de muntbol werd gelegd. Een klop van de hamer op de nog warme bol, gaf dan de gewenste platte vorm met de afdruk van de leeuw. Daarna werden de bollen afzonderlijk in stijf papier verpakt. Zij hadden toen nog een donkere kleur, omdat er nog geen witte suiker bestond.

Joseph Putzeys vond inspiratie bij dit werk en deed buiten de weet van zijn vader allerlei prvefnemingen. Hij was zeer begaafd en drukte later de wens uit, scheikundige te worden terwijl zijn broeder Cesar voorbestemd werd, om eens zijn vader als bakker en muntenfabrikant op te volgen,

Rond 1866 behaalde Joseph te Gent zijn doktoraat in de wijsbegeerten en letteren en zijn diploma van ingenieur scheikundige, gespecialiseerd in de suikerfabrikatie, die van in 1838 in de economische ontwikkeling van het land vaste vorm begon aan te nemen.

Op technisch gebied werd hij een kostbare hulp in de fabrikatie der munten, waar hij door tal van proefnemingen de aromatische smaak op punt stelde.

In 1887 liet, vader Putzeys de muntenfabrikatic aan zijn zoon Cesar over, die zich als hotelhouder aan het station van Hoegaarden vestigde.

Vanaf toen nam de zaak een hoge vlucht, Joseph Putzeys, die aan de Gete een eigen suikerfabriek had gesticht, zorgde voor de witte suiker, hetgeen aan de karamellen een klare kleur schonk.
Zij werden ook in speciale doosjes verpakt, door Joseph te Brussel besteld en droegen vanaf dat ogenblik de naam van “Véritable caramel Cesar” doch te Hoegaarden in de volksmond “munten van Cesar Juus” genaamd.

Enkele jaren later was de vraag naar deze uitzonderlijke goede muntkaramellen: zo groot, dat er naar een moderne installatie dicnde uitgezien.

En weer was het Joseph Putzeys, die door zijn talrijke commerciele relaties, zijn broeder Cesar in kontakt bracht met Denuce, fabrikant van drops -reglisse. Samen bezochten zij te Brussel in 1897 een tentoonstelling van suikerbakwaren en kochten er een moderne machine, die vanaf het volgend jaar in gebruik werd genomen,

Met deze machine konden er snel en veel karamellen vervaardigd worden. De “leeuw” die tot nu als fabrikatiemerk had gediend werd vervangen door de letter “P” van Putzeys, uitgegrift in de machine. En buiten de karamellen werden er ook “Pastilles” gemaakt.

In 1905 na de dood van Cesar Putzeys, volgde zijn zoon Frederic hem op, die de ganse instelling in 1967 aan het Museum Julien Van Nerum schonk. Daar worden nu de historische munt karamellen Cesar, met dezelfde suikers en aromatische stoffen gemaakt als voorheen. Alles wordt gekookt in dezelfde ketel, gevormd in dezelfde machine en gegoten op dezelfde steen, zoals Cesar Juus, geholpen doorzijn broeder Joseph Juus het in de vorige eeuw deden.

Bij “DUMONT et Co”

Nadat Joseph Putzeys rond 1866 te Gent zijn diploma van ingenieur-scheikundige had behaald, ging hij op “stage” in de zo pas opgerichte suikerfabriek te Hoegaarden. 

Deze eerste fabriek was bij toelating van 15 februari 1865 in de oude Fabriekstraat (heden Dotremontstraat) op perceel Sie E520, in werking gesteld door brouwer Joseph Libert Dumont [1], Notaris Louis Alexandre Putzeys [2] en Rock Apollinaire Van Goetsnoven.

Zij droeg de bemaming “Fabrique de sucre Dumont et *°”, bevatte een laboratorium. was voorzien van drie ketels en een stoommachine van 20 PK en verschafte werk aan 142 mannen en 35 vrouwen.

Joseph PUTZEYS begon zijn proeftijd in het laboratorium, waar hij onophoudelijk aan allerlei proefnemingen werkte, ter bevordering van de suiker fabricatie. Hij verbeterde het raspen, de carbonisatie, het filtreren, het koken en het turbineren. En weldra behaalde hij verschillende uitvindingsbrevetten die hem in de kringen van de suikernijver heid bekend maakten.

Zijn grote kennis op gebied van suikerfabrikatie kwam snel ten oren van de familie WITTOUCK, stichters van de Tiense suiker affinaderij.

Voor rekening van deze familic vertrok Joseph PUTZEYS in 1868 naar Roemenië en Rusland in de streek der zwarte aarde, om er suikerfabrieken in gang te stellen. Bij zijn terugkeer werd hij doer dezelfde financiers naar Zelzate gestuurd en overal boekte Joseph PUTZEYS uitzonderlijke resultaten.

In 1872 kwam hij definitief naar Hoegaarden weer en schonk zijn kennis aan de vooruitgan. van de fabriek”Dumont et Co”. Joseph koesterde grote plannen en enkele jaren later zou deze instelling niet meer aan de vereisten voldoen, zodat er naar de opbouw van een ruimere fabriek werd uitgezien.

Stichter van de “Grand-Pont”.

Door zijn grote ondervinding krceg Joseph Putzeys alle volmachten, om zijn plan te verwezenlijken. Op 23 december 1876 riep hij ter studie van Notaris Crampen te Tienen, enkele personen bijeen, die zijn zaak ter harte namen.

Daar werden de akten opgemaakt voor de nieuwe fabriek onder de benaming “Sucrerie du Grand – Pont” met als beginkapitaal 300.000 Fr.

Waren bij de opstelling van de akte tegenwoordig Joseph Libert Dumont (industrieel te Hoegaarden en Voorzitter van de Beheerraad van de vorige fabriek), Louis Lamotte (industrieel te Hoegaarden), Libert Oury (bankier te Geldenaken) [3]  Hector Lois (eigenaar te Geldenaken) Charlot (Notaris te Geldenaken), Leon Pasteur (notaris te Geldenaken), Edouard Henri Huens (eigenaar te Boutersem), Louis Struyven (hotelhouder te Ticnen), Alexandre Loriers (eigenaar te Hoegaarden), Ferdinand Van Hagendoren (stoker te Hoegaarden), Eduard Vandermolen (pachter te Hoegaarden) en Joseph Putzeys (ingenieur te Hoegaarden).

Alleen Louis Alexandre Putzeys en Roch Apollinaire Van Goedsnoven ontbraken. De eerste had zich wegens de politieke troebelen van die tijd uit alle bedrijvigheid teruggetrokken en de tweede, verkoos geen aandeelhouder te worden.

Op 1 Jan 1877 greep de eerste vergadering van de beheerraad plaats, voorgezeten duor Joseph Libert DUMONT, met Louis LAMOT TE en Libert OURY als beheerder en Joseph PUTZEYS als waarnemend Directeur ; belast met de inrichting en de fabricatie. bert DUMONT en Virginie Paillet,

Op 18 november 1877 bekwam Joseph Putzeys de toelating der Bestendige deputatie van de Provinciale Raad (ard, no 270.515 en B. 27. 209 van 25 april 1877), om zijn fabriek in werking te stellen.

In afwachting van de opbouw der burelen, vergaderde de Raad van Beheer in de herberg “La Tête du Boeuf” gehouden door Meddarts Eugeen in de huidige Putzeysstraat.

“La Sucrerie du Grand-Pont” werd gebouwd op de “Bley” (Sie L 144), was voorzien van 4 stoommachines en had haar eigen “labeur” met ossen.

-636-

Om voldoende Suikerbieten te winnen, moest de fabriek over eigen landbouwmateriaal beschikken dat in de bijgebouwen van de fabriek werd ondergebracht, zodat zij eerder op een grote hoeve geleek. Met het oog op de uitrusting had de Raad van Beheer, op rekening van het Naam loos Vennootschap, de aankoop aanvaard van het nodige materiaal, dat door Joseph PUTZEYS bii TROCH te Boom werd aangekocht. Voor het transport zelf werden 4 kamren en 3 paarden angeschaft.

De fabricatiemethodes waren in vergelijking met nu, nog zeer primitief. Zo moesten du bieten böjvoorbeeld in silos opgestapeld worden, met manden naar binnen gedragen en de pulp in wollen zakken onder de pers gebracht., om er hetsap uit te halen. In den beginne was de produktie gering, en bedroeg 4,000 Ton in 1878, maar zij steeg van jaar tot jaar, om in 1880 de 12.000 Ton te bereiken.

De eerste campagne vereiste 10.000 suikerzakken, 3.300 kg bietzaad en 1.500 Ton kolen aan 11,25 Fr. du ton.

De bietenvoorraad vas nocht ans hoofdzaak en het te kort ter plaatse, werd aangevuld door aankopen gedaan te Geldenaken, Huppaye en Kortenberg.

De eigenlijke achtereenvolgende fabricatiestadia waren : ontvangst en ontlading, wassen en raspen, pressen, carbonisatie, filtreren, verdampen, koken, breken, turbineren, ziften en stockage.

De behandeling der biet geschicdde met grote zorg, tijdens de le campagne werden zij zelfs door vrouwen afgeladen, om de ricken te vervangen, die een suikerverlies tewecg brachten, door de wonden die zij aan de biet veroorzaakten. Joseph PUT ZEYS volgde alles van habij en verbeterde bestendig de te korten. De bict werd vervolgens in manden naar de fabrick gedragen en in een “tremic” gegoten, om dan langseen riem naar de wasbak te worden gedaan (+ 3,5 m lang). Een andere riem bracht hen verder naar de rasp (metalen cylinder van 1 m Ø met gel ante messen in staal).

Dan werden ze in zakken gedaan om ter pers te gaan. Het sap ging naar het meettoestel en de schillen (ook de pulp) terug naar de landbouwer als veevoedsel.

Na hardwording werd de massa gesneden en gebroken.
De turbinage en het overbrengen naar de zolders geschiedde in grote manden waarop ziften werden geworpen, om achteraf inzakken van 100 Kg te worden gedaan die met de hand waren dicht genaaid.
Tijdens de cerste cam pagne dic 105 dagen duurde, werkten er 2 ploegen elk van + 100 man (aan 12 u. per dag).
De eerste verkoop ging bijna volledig naar Engeland en de melasse (in vaten) naar Frankrijk voor de distilleric de Clermont-Ferrand…
Het suiker aan 88° werd: verkocht aan 0,5: Fr het Kg en de melasse aan 0,1275 Fr het Kg. Maar die eerste campagne eindigde met een verlies van 21.978,99 Fr, doch de Raad van Beheer zette.voort. Vanaf toen groeide de belangstelling vanwege de landbouwers en wierf Joseph PUT ZEYS zijn schoenbroeder Hubert VAN NERUM, de gareelmaker uit het nieuwhuys aan, om de riemen te her stellen en als agent op te treden bij de boeren.
In 1882 was DUMONT overleden en had Louis STRUYVEN. hem als Voorzitter van de Beheer raad opgevolgd. Joseph PUTZEYS was zijn rechterarm en technisch raadgever en bestandig dreef de Grand-Pont haar produktie op.
Datzelfde jaar kocht zij 2 à 3.000 Ton bieten van de suikerfabriek van Lathuy, die ophield te bestaan.

Na hardwording werd de massa gesneden en gebroken.
De turbinage en het overbrengen naar de zolders geschiedde in grote manden waarop ziften werden geworpen, om achteraf inzakken van 100 Kg te worden gedaan die met de hand waren dicht genaaid.

Tijdens de cerste cam pagne dic 105 dagen duurde, werkten er 2 ploegen elk van + 100 man (aan 12 u. per dag).

De eerste verkoop ging bijna volledig naar Engeland en de melasse (in vaten) naar Frankrijk voor de distilleric de Clermont-Ferrand…

Het suiker aan 88° werd: verkocht aan 0,5: Fr het Kg en de melasse aan 0,1275 Fr het Kg. Maar die eerste campagne eindigde met een verlies van 21.978,99 Fr, doch de Raad van Beheer zette.voort. Vanaf toen groeide de belangstelling vanwege de landbouwers en wierf Joseph PUT ZEYS zijn schoenbroeder Hubert VAN NERUM, de gareelmaker uit het nieuwhuys aan, om de riemen te her stellen en als agent op te treden bij de boeren.

In 1882 was DUMONT overleden en had Louis STRUYVEN. hem als Voorzitter van de Beheer raad opgevolgd. Joseph PUTZEYS was zijn rechterarm en technisch raadgever en bestandig dreef de Grand-Pont haar produktie op.
Datzelfde jaar kocht zij 2 à 3.000 Ton bieten van de suikerfabriek van Lathuy, die ophield te bestaan.

In 1885 werd de fabriek zelfs niet electriciteit uitgerust, terwijl Putzeys nieuwe gemoderni – scerde “procedés” instalde, waardoor er op 24 uren tijde, 400 ton bieten konden verwerkt worden. Hij leefde voor de fabriek, waarvan hij de stichter en de ziel was en waardoor hij aan Hoegaarden een vermaarde industrie had geschonken, die aan vele mensen werk en brood verschaften. Ook ziin schoonvader Livinus VAN NERUM plaatste hij als opziener in de fabriek, nadat deze zijn houthandels zaak aan zijn zoon Leon had overgelaten.

Maar in 1885 brak cen economische crisis uit, met als gevolg dat 43 van de 150 bestaande fabrieken in ons land hun deuren moesten sluiten (hiervan had PUTZEYS tussen 1872 en 1885 op ver zoek van WITTOUCK an andere er verschillende in werking gesteld). . Deze crisis was, ingevolge de buitenlandse concurrentie, zo hevig dat de prijs van de suiker bijna tot de helft slonk, te weten van 49,5 Fr de 100 kg in 1883 tot 42 F in 1885 en tot 27 F in 1886.

Ondanks alles hield Hoegaarden stand, terwijl PUTZEYS de Belgische suikerfabrikanten bijeen riep, om de vreemde concurrentie te bestrijden.
Helaas, de crisis had ook aanleiding gegeven tot macilijkheden in de Beheerraad van de Grand-Pont.
Joseph PUT ZEYS, de man die de fabriek zover had gebracht, werd nu ten onrechte aansprake – lijk gesteld voor deze moeilijkheden.
En hoc begaafd PUT ZEYS ook was, hij had gebrek aan diplomatie, Voor hem bestond geen middenveg, het was wit of zwart en beproefde zelfs niet eens zijn medebeheerders te overtuigen.
Tijdens een woelige vergadering van de Beheerraad, gaf hij in 1886 zijn ontslag.
Gedurende 20 jaar had hij al zijn wetenschap ten dienste van de fabriek gesteld, tal van mensen in het vak opgeleerd en al zijn binnen- en buitenlandse relaties voor de welvaart van de
fabrliek aangewend.
De Voorzitter van de Beheerraad trachttu hem tot verzoening te brengen en verzocht hem zijn ontslag terug in te trekken. Maar woedend verlict hij de poorten van de Grand-Pont en riep uit :
” ge zult …d…D.. Jef Juas nog leren kennen”

Stichter van_”La Ghete” en “La Candisserle”.


Joseph PUTZEYS was een groot organisator en een verwoed opbouwer, Als, wraak op de “Grand-Pont” richtte hij datzelfde jaar nog, met eigen kapitaal een nieuwe suiker fabrick op aan de Gete, onder de benaming “Sucrerie de la Ghète”. Hij wierf werkvolk aan en betaalde hogere lonen uit dan de Grand – Pont, zodat hij een rechtstreeks konkurrent werd van zijn vroegere kollegas,

Putzeys bewoonde op dat ogenblik het voormalige huis van Dr Jean Baptiste VAN NERUM op de Vroente, juist naast de brouwerij VAN NERUM, en wanneer hij ‘s morgens naar zijn fabrick ging, liep hij even bij zijn schoonbroeddr, Julien VAN NERUM binnen, om snel een paar jenevers to drinken, teneinde zijn keel te spoelen en de microben te verjagen.

Vier jaar later rond 1890 bouwde hij met Engels kapitaal, een nieuwe en kleinere maar betere uitgeruste fabriek langs de steenweg te Altenaken, onder de naam van “La Candisserie”, Een 20 tal mensen werden er tc werk gesteld en vervaardigden uitmuntende kandijklontjes, die overal snel bekend raakten,

PUTZEYS beheerde persoonlik deze kandijsraffinaderij, en had zijn huis, gans in hout naar het voorbeeld van de Russische blokhuizen, in de onmiddellijke nabijheid van de nieuwe fabriek gebouwd. Daar vestigde hij zich na 1892 en van cinde en ver kwamen de mensen het houten huis van Jef Juus bekijken.

De zaken gingen zo uitstekend dat de fabriek weldra te klein werd, om aan de talrijke aan vragen te voldoen. De Engelse geldschieters gaven hem alsdan de opdracht, een grote en moderne fabriek te bouwen in de omgeving van Brussel,

In 1895 lagen de plannen klaar om te Haren can stapel te lopen met “La Sucrerie-candisserie Anglo-Belge.

Helaas, een nieuw inciden“ rees op. Zijn Engelse geldschieters hadden een “ingenieur-consul” naar Belgie gezonden om PUTZETS en het beheer van hun fondsen te kontroleren. Deze Britse ingenieur schitterde niet uit door zijn bekwa gheid, zodat hij ontegensprekelijk in botsing kwam met de or uigzame PUTZEYS, die geen t zicht van een minder begaafde op zijn werking dulde. Hij wierp hem doodgewoon aan de deur inet volgenuc vivumine,

“als ge mij konnt kontroleren. dan is daar de deur en zeg aan uw meesters dat zij hun stinkend geld terugnemen … geval zij me niet betrouwen”.

De Brit stuurde natuurlijk een zeer ongua tig rapport naa: Engeland met als gevolg, dat de plannen voor de oprichting van een nieuwe fabriek te Haren ingetrokken werden en dat ook de Kandijsfabriek van Hoegaarden een paar jaren later gelikwideerd werd, toen de Brütten hun aandelen terugtrokken, zonder dat PUTZETS de minste stappen ondernam om zulks te beletten.

Het groot gemis arn soepelheid en diplomatie, stelde een einde aan een vernuft genie Joseph PUTZEYS was op 55 jarige leef.ijd een ontroend man,

Rond de jaren 1900 verliet hij met zijn familie het blokhuis aan de fabriek, laatste herinnering aan een glorierijk tijdperk en vestigde zich in de Statiestraat,

Hij trok zich uit elke vereniging terug: met uitzondering van de Ereraad van de Galden Lelle, Het einde van zijn veelvuldige activiteiten viel ongeveer samen met de likwidatie van de Brouwerij VAN NERUM en het ingetreden verval bij to familie gilde, zodat de aanvang van de XXe eeuw zich somber voor ons geslacht aankondigde

In de dorpspollliek

Joseph PUTZEYS was bover alles een industrieel en een uitvinder en bezat slechts geringe kwa liteiten om een politieke loopbaan te maken. Zijn onbuigzamn karakter en groot gevrek aan diplo matie pleitten niet in zijn voordeel, zodat hij in de politiek alleen in botsing kwam met zijn tegun standers.

Het was overigens ook zijn doel niet om politieker te worden en als hij tot een bepaalde partij toetrad, dan was het op verzoek van anderen, omwille van zijn grote populariteit, die zij in dienst van de politiek wilden stellen. Als een der groo ste mannen van Hoegaarden uit zijn tijd, was het hem ten andere bijna onmogelij: om buiten de stroming van de dorpspolitiek te blijven, die destijds de kalmste gemoederen tot opzweping brccht

Het begon onschuldig in 1872 bij zijn terugkeer uit het buitenland, toen hij op aandringen van zijn kleiņkozijn Edmond DEBROECK, de sangneester van de Harmonie, tot de Administratieve Com missie van de Muziekmaatschappij werd betrcken/ Deze commissie die op dat ogenblik onder Voorzit erschap stond van Dr GODTS (liberaal), was de enige en bevoegde uitvoerende macht van de vereniging, die het recht had over de fondsen te be schikken en alle maatregelen te nemen, toz de handhaving en de bloei van de Harmonie. Zij was zowat de Raad van Beheer.

De Harmonie op haar beurt werd voorgezeten door de katholieke Schepen Henri VANDERTAELEN (zoon van Constant VANDERT AELEN en Elisabeth VAN NERUM), die in december 1865 de ontslaggevende Alex. PUTZEYS (liberaal) had vervangen terwijl Dr Jean Bapt. VAN NERUM (liberaal) er het onder voor zitterschap veizekerde,

Not. Alex, PUT ZEYS (kleinkozijn van Joseph PUTZEYS) die in 1866 terug tot Burgemeester verkozen werd, hield alle teugels in handen, om in de rangen van de Harmonie het liberalisme te doen zegevieren. En hierin werd hij gesteu 1 door Dr GODTS en Dr VAN NERUM, ofschoon deze laatste meer gematigd was en de liefde voor de muziek boven de politiek stelde.

Om nu in de Harmonie en haar Commissie cen groter politiek evenwicht te brengen, had Edmond DEBROECK (katholiek), het nodige gedaan om zijn kleinkozijn Joseph PUTZEYS (eveneens katholiek) tot de Commissie te betrekken, waar hij door de eerstvolgende algemene vergadering tot Onder-voorzitter moest benoemd worden,

In de rangen van de Harmonie heerste sedert 1864 nochtans de grootste verdeeldheid tussen ………. 

Bronnen en citaten[+]

© Vzw Hoegaards Erfgoed