Ga naar de inhoud

221. Vermelding Hoegaarden

De vroegste vermelding van Hoegaarden (vervolg)

Betekenis van de plaatsnaam Hoegaarden

De betekenis van de plaatsnaam Hoegaarden is niet eenduidig.

Ook Kempeneers leek zich niet zeker van zijn zaak, maar stelde wel een hypothese op.

Als we de huidige naam Hoegaarden ontleden in de drie delen hoe-gaard-en dan zouden de eerste twee delen afkomstig kunnen zijn uit een tweestammige Germaanse naam: hugu-ward. De oude Germaanse uitgang voor plaatsnamen um zou dan in de loop der tijden verbasterd kunnen zijn tot en. [1]

‘Hugu’ betekende in het Germaans zoveel als ‘verstand’, zoals het nog bewaard is in de woorden ‘geheugen’ en ‘heugenis’.
‘Ward’ zou dan van een stam komen die beschermer betekent, zoals nog bewaard in deur-‘waarder’.

Kempeneers komt op basis van ‘Huardis’ tot de hypothese dat ‘Hugwardum” mogelijk de oorspronkelijke benaming was, met als betekenis ‘bij de mensen van Hugu-ward’. [2] 

De Oudste bewoningsgeschiedenis van Hoegaarden

a) Inleiding
Geosite: Hoegaarden aan zee

De allervroegste informatie over Hoegaarden gaat fascinerend genoeg 54,9 miljoen jaar terug in de tijd, het gebied was toen een subtropisch moerasbos. Bij de aanleg van de E40 snelweg in 1970 werden er versteende stronken gevonden van de moerascipres, Glyptostroboxylon. De stronken kunnen nog steeds bezichtigd worden.[3]

Bij het zoeken naar informatie over de bewoning van Hoegaarden komen er heel wat gehuchten naar voren. Volgens een oorkonde uit 1489 telde Hoegaarden dertien gehuchten: ‘Hugairden, Opoverlair, Kerckoverlair, Bost, Ast, Rommelsem, Elst, Nederhem, Aelst, Couwenberghe, Schoer, Houthem ende Hoxhem’.[4]
Ze behoorden tot 1794 bij het bisdom Luik en werden vervolgens ingelijfd bij Frankrijk.[5]

 

Het gloriettehuisje naast het Romaanse kerkje (Xe tot XXe eeuw) van Overlaar ©Hoegaardserfgoed.be

Foto Het Romaanse kerkje (Xe tot XXe eeuw) van Overlaar met de verwerking van Romeinse dakpannen uit de villa van de goudberg in de zijmuren tussen de onregelmatig gekapte kwartsiet en stukken gobertangesteen.

De zijmuren Romaanse kerk: verwerking van Romeinse dakpannen uit de villa van de goudberg tussen de onregelmatig gekapte kwartsiet en stukken gobertangesteen. ©Hoegaardserfgoed.be

In de gehuchten van Hoegaarden werden de oudste sporen van bewoning gevonden, in Bost en Rommerson (‘Rommelsem’) werden er in 1901 hakken en pijlpunten uit het neolithicum gevonden. In het tijdperk vóór Chris tus bereikten de Franken Hoegaarden al, in 1880 werd te Overlaar een Frankisch, heidens, kerkhof gevonden.[6] In Overlaar staat ook het eenbeukige Sint-Lambertuskerkje, waarvan het schip teruggaat tot de pre-Romaanse tijd. [7]

In sommige muren van het Sint-Lambertuskerkje werden Gallo-Romeinse panscherven verwerkt en in Rommersom werd een Romeinse graftombe ontdekt. Op de plaats van het oude kerkhof van Hoegaarden stond waarschijnlijk een Romeins gebouw(-tje). Bovendien bestonden er verschillende ‘tumbae’ bij Hoegaarden: de ‘tumbae de Elst’, de ‘tomme’ van Overlaar, het ‘tommevelt’, de ‘tomhof’ en het ‘tomblock’ van Hauthem en het ‘tommeke’ van Rommersom.

In de vijfde eeuw bereiken de Franken Hoegaarden en omgeving opnieuw, zoals ook blijkt uit de Germaanse etymologie van de plaatsnamen van Hoegaarden en zijn deelgemeentes. [8]

Het graafschap Brunengeruz, anonieme schets , 19de eeuw ©Hoegaardserfgoed.be
b) Het graafschap Brunengeruz

Het graafschap, anonieme schets, 19e eeuw
13 VANDER VELPEN, Geschiedenis van Hoegaarden, pp. 16 en 18
14 ‘Hoegaarden’ in: LISSENS, R.F. (ed.), Winkler Prins Encyclopedie van Vlaanderen, 5 delen, Brussel, 1972-1974, pp. 328-329. 15 VANDER VELPEN, Geschiedenis van Hoegaarden, p. 17.
24 / AlpAidis 56ste jaargang, nr. 221, 4/2020
Hoegaarden behoorde tot het oude graafschap Bruningerode dat in 987 Luiks bezit werd. Het werd in 1013 tij dens de Slag bij Hoegaarden veroverd door graaf Lambert van Leuven, maar in 1099 ging het weer terug naar Luik en het zou een Luikse enclave blijven in Brabants gebied tot het einde van het ancien régime in 1794. De gemeente werd nooit omheind. [9]
In 1858 reconstrueerde Moulaert het graafschap Brunengeruz in detail, op basis van aanduidingen uit een tekst van Gilles d’Orval uit de dertiende eeuw. Hij vermoedde dat het kasteel van Brunengeruz het centrum van het graafschap vormde.[10])

c) De Sint-Gorgoniuskerk en -relieken
De reliekkast St Gorgoniuskerk en de Hoegaardse Heilige Odwinus © Wasily Pedjko, Sint Gorgoniuskerk

De streek rond Hoegaarden werd mogelijk door Sint-Lambertus (?-705) en Sint-Hubert (705-727), bisschoppen van Luik en Tongeren, bekeerd. Het Sint-Lambertuskapittel, het oudste kapittel van Luik, had in ieder geval veel bezittingen
in de regio. [11]

Volgens Bouillé zou in de 10e eeuw Saint-Odoüin vermoord zijn in Hoegaarden omdat hij van het ware geloof getuigde. Er zou te zijner herinnering ter plaatse een kapel gesticht zijn. [12]
Bouillé haalde geen bronnen aan en ik heb er geen gevonden. De Sint-Gorgoniuskerk in Hoegaarden zou ontstaan zijn in de 8e eeuw.  [13]

In het kader van een akkoord met Paus Paulus I kreeg Chrodegang, bisschop van Metz, in 764 of 765 toestemming om de relieken van de eerbiedwaardige Sint-Gorgonius over te brengen van Rome naar de Lotharingse abdij van Gorze.

Deze abdij stond bekend als de Sint-Gorgoniusabdij, maar ze werd in de zestiende eeuw geplunderd en verbrand.[14]

De reliekkast van St.-Gorgonius én van de Hoegaardse heilige Odwinus (St.-Gorgoniuskerk, foto Wasily Pedjko).
Volgens de Chronicon Laureshamense werden de relieken overgebracht door Willicharium Sedunenssem episcopum in 771. [15]

Hoegaarden behoorde tot de dekenij Geldenaken24 en was een parochie die onttrokken was aan de aartsbisschop pelijke jurisdictie Luik. Hoegaarden kwam niet voor in de overzichten met bezittingen van de kerk (pouillés) waar de Moreau het merendeel van zijn informatie uit putte. Hoegaarden werd wel genoemd in een lijst met parochies uit 1139, maar verdween vervolgens weer uit beeld.[16]

De Moreau verwijst naar de verkeerde identificatie van Hugardis vetus ecclesia door Paquay & De Ridder en later door Daris. Hij wijst er op dat het hier om de parochie Outgaarden (en niet Hoegaarden) gaat. [17] Op geestelijk gebied was het gebied van Hoegaarden sinds onheugelijke tijden verdeeld tussen twee parochies. Hoegaarden hoorde bij het concile van Geldenaken en Overlaar behoorde tot het concile van Leuven.
[18] De Sint-Gorgoniuskerk wordt vermeld in het manuscript van de Gesta episcoporum Cameracensium. 

d) Het kapittel

Op onbekende datum werd er een kapittel opgericht in Hoegaarden en opmerkelijk genoeg had het aartsbisdom Keulen het recht (un droit archidiaconal) om de proost van het kapittel te benoemen (la charge de prévôt revenait à l’écolàtre de l’église metropolitaine de Cologne) . [19] 

Vander Velpen stelde dat de datum van kapittelstichting weliswaar onbekend was, maar dat men ervan uit kon gaan dat dit gebeurd zou zijn vóór de overdracht van het graafschap Brunengeruz aan de prins-bisschop van Luik. [20]  Deze oorkonde bevindt zich in de Diplomata Belgica en is door Roland gedateerd op 988 .[21]

De betrokken oorkonde vermeldt dat Keizer Otto III van het Heilige Roomse Rijk de graafschappen Hoei en Bru nengeruz aan bisschop Notger van Luik heet toegekend. Vanaf dat moment worden de bisschoppen van Luik territoriale vorsten (prinsen) en in die hoedanigheid leenmannen van de Duitse keizer. De prins-bisschoppen van Luik vervingen vanaf dat moment in Hoegaarden dus de wereldlijke graven. [22]

Een codicil bij een Hoegaards testament uit 1780 ©Hoegaardserfgoed.be

Aanvang van het codicil van 9 xbris 1780 (= 9 december 1780)

Op heden desen 9 xbris van ’t jaere gesegent ons Heeren Jesu Christi MDCCLXXX so wat (= 1780)

DCCC (= 800) jaeren na de Fundatio van ons Capittile van Hougarden door Alpaïdis bij die Gratie Godts Graevinne Douairiere van Brugeron en de Vrouwe van Chimay causa uxoris

……….

Een codicil bij een Hoegaards testament uit 1780 verwijst naar een kapittelstichting rond het jaar 1000.32 In Hoegaarden werd daarom in 1980 “1000 jaar kapittelstichting” gevierd.
Ook de Winkler Prins van Vlaanderen dateert de kapittelstichting op ca 1000. [23]
Vander Velpen schreef dat kerk en kapittel later worden aangetrofen in het bezit van het Domkapittel te Keulen en ging er vanuit dat het door een bijzondere wilsbeschikking van Alpeide zelf was. De vroegste vermeldingen van het kapittel stamden volgens Vander Velpen uit 1203, 1215 en 1242.34

Ik heb hier geen bevestiging van gevonden, maar een oorkonde uit 1245 in de databank Diplomata Belgica noemt het kapittel wel.[24]
In 1558 komt het kapittel van Hoegaarden ook voor op de Liste des cloîtres, Lijst van kloosters, monastères et châpitres.[25]

e) Het enigma Alpeide

Iedereen die zich bezighoudt met Hoegaarden kan niet om gravin Alpeide heen, maar het is moeilijk om bewijzen over haar te vinden. Mijn bijdrage tot het enigma Alpeide kan dan ook slechts bestaan uit de volgende opmerkin gen, aan de hand van nogal gedateerde informatie die ik tijdens mijn onderzoek heb gevonden. Alpeide wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 981 waarin ze haar domein van Grand-Rosières (uillam iuris mei nomine Roserias) aan de abdij van Waulsort schenkt. In die oorkonde worden ook twee kinderen ver meld: de oudste zoon, Arnoul (Arnulfi), en de tweede zoon Werry (Werici, fratis Arnulfi). Alpeide was getrouwd met Godfried, heer (‘dominus’) van Florennes en vermoedelijk later graaf van Henegouwen. [26] 

Alpeide was dus vrouwe van Florennes en later vermoedelijk gravin van Henegouwen. In een vermeend tweede huwelijk zou deze Alpeide getrouwd zijn met Eilbert van Hersent, stichter van de ab dij van Waulsort. Over deze Eilbert hebben minstens twee auteurs een hele verhandeling geschreven. Longnon stelde in 1909 dat het bij Eilbert om heer Ybert de Ribemont ging, die in een tweede huwelijk inderdaad was getrouwd met Alpeide. [27]

Despy onderzocht in 1957 de oorkonden van de abdij Waulsort en stelde echter dat het huwelijk van Eilbert de Hersent met Alpeide uit de Historia Walciodorensis een fictie was. [28] 

In deel 1 van Les chartes de l’abbaye de Waulsort wijdde Despy zelfs een volledig hoofdstuk aan Eilbert van Her sent: ‘La formation de la légende du “comte” Eilbert’. [29]

In databank Diplomata Belgica sluit men niet uit dat Alpeide inderdaad voor de tweede keer getrouwd zou zijn, maar dan met ene Eilbert van Florennes. Er staat letterlijk: “Alpaidis (épouse en première noce du comte Godefroid I de Florennes, et peut-être en secondes noces d’Eilbert de Florenes)”. [30]

Afgezien van de tikfout (Florenes in plaats van Florennes) lijkt het mij onwaarschijnlijk dat zowel Godefroid als Eilbert heren van Florennes geweest zouden zijn. Volgens Despy werd Godfried gewoon opgevolgd door zijn zoon Arnould, genoemd in bovenstaande oorkonde uit 981.[31] 

Eilbert van Hersent zou overigens ook niet in ‘zijn’ abdij van Waulsort begraven zijn zoals de legende wil. [32]  (wordt vervolgd)

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-221-56ste-jaargang-4-2020

Bronnen en citaten[+]